
Het Europees Parlement stemde op 10 februari 2026 voor het toevoegen van zeven landen – Bangladesh, Colombia, Egypte, India, Kosovo, Marokko en Tunesië – aan een EU-brede lijst van ‘veilige herkomstlanden’ en gaf toestemming aan lidstaten om asielaanvragen te verwerken in zogenoemde “hubs” in derde landen. Deze hervorming, aangedreven door centrumrechtse en rechtse partijen, zal naar verwachting in juni van kracht worden. Voor Italië betekent deze beslissing dat de belangrijkste juridische belemmering voor het bilaterale protocol met Albanië is weggenomen. Volgens dit protocol kunnen tot 3.000 migranten die op zee worden gered, maandelijks worden overgebracht naar twee door Italië beheerde centra nabij Shengjin, waar hun asiel- en terugkeerprocedures versneld worden afgehandeld. (ansa.it)
De stemming volgt op maandenlange lobbyactiviteiten van de regering-Meloni, die betoogde dat externe verwerking de druk op het Italiaanse opvangnetwerk zou verlichten en smokkelroutes over de centrale Middellandse Zee zou ontmoedigen. De Italiaanse minister van Binnenlandse Zaken, Matteo Piantedosi, noemde het resultaat “een groen licht uit Brussel” en bevestigde dat de bouw van de locaties in Gjader en Shengjin zal worden versneld, zodat de eerste overplaatsingen deze zomer kunnen beginnen.
Mensenrechtenorganisaties en oppositiepartijen waarschuwen dat het aanwijzen van grote delen van de ontwikkelingslanden als ‘veilig’ het risico op summiere afwijzingen en terugzendingen (refoulement) vergroot. Ook wordt getwijfeld of Albanië – dat geen lid is van de EU of de Schengenzone – de procedurele waarborgen op EU-niveau kan garanderen zodra migranten zich op Albanese bodem bevinden. Er worden juridische procedures verwacht bij zowel het Italiaanse als het Albanese constitutionele hof, en NGO’s hebben plannen aangekondigd om de omstandigheden binnen de faciliteiten nauwlettend te volgen.
Vanuit het oogpunt van bedrijfsverhuizingen brengen de nieuwe regels meer voorspelbaarheid aan de externe Schengen-grens van Italië door het stroomlijnen van asielaanvragen met weinig kans van slagen. Bedrijven die personeel naar Italië verplaatsen, moeten echter rekening houden met mogelijke protestacties in havens of regionale rechtbanken die voor tijdelijke verstoringen kunnen zorgen. Travel managers wordt aangeraden om niet-EU-medewerkers te informeren over de uitgebreide lijst van ‘veilige’ nationaliteiten, aangezien dit de toelatingsgesprekken bij Italiaanse consulaten wereldwijd kan verkorten.
Breder gezien kan het succes van Italië met het Albanië-model andere EU-lidstaten aanmoedigen om soortgelijke offshore-akkoorden te sluiten. Dit is een signaal dat de EU zich beweegt richting strengere externalisering van asielprocedures, wat toekomstige mobiliteitsroutes naar en binnen Italië ingrijpend kan veranderen.
De stemming volgt op maandenlange lobbyactiviteiten van de regering-Meloni, die betoogde dat externe verwerking de druk op het Italiaanse opvangnetwerk zou verlichten en smokkelroutes over de centrale Middellandse Zee zou ontmoedigen. De Italiaanse minister van Binnenlandse Zaken, Matteo Piantedosi, noemde het resultaat “een groen licht uit Brussel” en bevestigde dat de bouw van de locaties in Gjader en Shengjin zal worden versneld, zodat de eerste overplaatsingen deze zomer kunnen beginnen.
Mensenrechtenorganisaties en oppositiepartijen waarschuwen dat het aanwijzen van grote delen van de ontwikkelingslanden als ‘veilig’ het risico op summiere afwijzingen en terugzendingen (refoulement) vergroot. Ook wordt getwijfeld of Albanië – dat geen lid is van de EU of de Schengenzone – de procedurele waarborgen op EU-niveau kan garanderen zodra migranten zich op Albanese bodem bevinden. Er worden juridische procedures verwacht bij zowel het Italiaanse als het Albanese constitutionele hof, en NGO’s hebben plannen aangekondigd om de omstandigheden binnen de faciliteiten nauwlettend te volgen.
Vanuit het oogpunt van bedrijfsverhuizingen brengen de nieuwe regels meer voorspelbaarheid aan de externe Schengen-grens van Italië door het stroomlijnen van asielaanvragen met weinig kans van slagen. Bedrijven die personeel naar Italië verplaatsen, moeten echter rekening houden met mogelijke protestacties in havens of regionale rechtbanken die voor tijdelijke verstoringen kunnen zorgen. Travel managers wordt aangeraden om niet-EU-medewerkers te informeren over de uitgebreide lijst van ‘veilige’ nationaliteiten, aangezien dit de toelatingsgesprekken bij Italiaanse consulaten wereldwijd kan verkorten.
Breder gezien kan het succes van Italië met het Albanië-model andere EU-lidstaten aanmoedigen om soortgelijke offshore-akkoorden te sluiten. Dit is een signaal dat de EU zich beweegt richting strengere externalisering van asielprocedures, wat toekomstige mobiliteitsroutes naar en binnen Italië ingrijpend kan veranderen.
Bron: ANSA; The Guardian