
De Zwitserse poging om de vastgelopen relatie met de Europese Unie nieuw leven in te blazen, stuitte op 6 mei op een procedureel obstakel toen de Politieke Instellingencommissie van de Raad van Staten concludeerde dat het concept van het “institutionele akkoord” een grondwetswijziging vereist. De beoordeling van de commissie – gemeld door Bloomberg – weerspiegelt zorgen dat het akkoord de jurisdictie van de EU zou kunnen uitbreiden op gebieden zoals vrij verkeer, coördinatie van sociale zekerheid en geschillenbeslechting, allemaal gevoelige onderwerpen in eerdere Zwitserse referenda.
Als beide kamers instemmen, zou een wijziging een verplichte landelijke stemming vereisen, waarbij een meerderheid van de bevolking én van de kantons nodig is – een hoge drempel die eerdere EU-gerelateerde initiatieven heeft doen stranden. Tegenstanders van het akkoord vrezen dat nauwere afstemming de immigratie vanuit de EU kan aanwakkeren, wat druk zet op huisvesting en lonen. Voorstanders stellen daarentegen dat het uitblijven van een akkoord de toegang van Zwitserse bedrijven tot de interne EU-markt in gevaar brengt en grensoverschrijdende personeelsinzet bemoeilijkt.
Voor teams die zich bezighouden met wereldwijde mobiliteit betekent de onzekerheid een verlenging van de problemen rond wederzijdse erkenning van beroepskwalificaties en de Richtlijn Detachering van Werknemers. Sinds het mislukken van de onderhandelingen in 2021 moeten Zwitserse bedrijven omgaan met gefragmenteerde procedures per kanton bij het uitzenden van personeel naar EU-locaties, terwijl EU-aannemers in Zwitserland met administratieve lasten kampen. Een geratificeerd institutioneel kader zou deze fricties moeten verminderen; een referendumcampagne kan de voordelen nu echter tot ver in 2027 uitstellen.
Bedrijven doen er daarom goed aan rekening te houden met aanhoudende regelgevende verschillen. HR-leiders kunnen noodplannen overwegen, zoals het vestigen van EU-projecten in lidstaten die Zwitserse vergunningen al erkennen, of het inzetten van lokale medewerkers in plaats van grensoverschrijdende detacheringen.
Positief is dat de oproep van de commissie om grondwettelijke duidelijkheid juridische zekerheid kan bieden voor welk model er uiteindelijk ook komt, waardoor het risico op gefragmenteerde rechtszaken afneemt. De Bondsraad wordt verwacht na de zomersessie te reageren. Bedrijven met een grote EU-exposure – met name life sciences-groepen in Basel en techbedrijven in Zürichs “Crypto Valley” – zullen dit nauwlettend volgen, omdat hun talentenpijplijnen afhankelijk zijn van voorspelbare mobiliteitsregels.
Als beide kamers instemmen, zou een wijziging een verplichte landelijke stemming vereisen, waarbij een meerderheid van de bevolking én van de kantons nodig is – een hoge drempel die eerdere EU-gerelateerde initiatieven heeft doen stranden. Tegenstanders van het akkoord vrezen dat nauwere afstemming de immigratie vanuit de EU kan aanwakkeren, wat druk zet op huisvesting en lonen. Voorstanders stellen daarentegen dat het uitblijven van een akkoord de toegang van Zwitserse bedrijven tot de interne EU-markt in gevaar brengt en grensoverschrijdende personeelsinzet bemoeilijkt.
Voor teams die zich bezighouden met wereldwijde mobiliteit betekent de onzekerheid een verlenging van de problemen rond wederzijdse erkenning van beroepskwalificaties en de Richtlijn Detachering van Werknemers. Sinds het mislukken van de onderhandelingen in 2021 moeten Zwitserse bedrijven omgaan met gefragmenteerde procedures per kanton bij het uitzenden van personeel naar EU-locaties, terwijl EU-aannemers in Zwitserland met administratieve lasten kampen. Een geratificeerd institutioneel kader zou deze fricties moeten verminderen; een referendumcampagne kan de voordelen nu echter tot ver in 2027 uitstellen.
Bedrijven doen er daarom goed aan rekening te houden met aanhoudende regelgevende verschillen. HR-leiders kunnen noodplannen overwegen, zoals het vestigen van EU-projecten in lidstaten die Zwitserse vergunningen al erkennen, of het inzetten van lokale medewerkers in plaats van grensoverschrijdende detacheringen.
Positief is dat de oproep van de commissie om grondwettelijke duidelijkheid juridische zekerheid kan bieden voor welk model er uiteindelijk ook komt, waardoor het risico op gefragmenteerde rechtszaken afneemt. De Bondsraad wordt verwacht na de zomersessie te reageren. Bedrijven met een grote EU-exposure – met name life sciences-groepen in Basel en techbedrijven in Zürichs “Crypto Valley” – zullen dit nauwlettend volgen, omdat hun talentenpijplijnen afhankelijk zijn van voorspelbare mobiliteitsregels.
Bron: Bloomberg