
De Vlaamse regering heeft haar ketenaansprakelijkheidsregels aangepast—oorspronkelijk ingevoerd op 1 januari 2026—om de administratieve lasten voor bedrijven die werk uitbesteden in zogenaamde ‘risicosectoren’ te verlichten. Vanaf 16 oktober hoeven hoofdaannemers niet langer een kopie van het paspoort of reisdocument van elke buitenlandse werknemer die door een directe onderaannemer wordt geleverd, te verkrijgen. Kleinere onderhoudswerkzaamheden aan vastgoed die onder de meldingsdrempel ‘verklaring van werken’ vallen, zijn nu van de lijst met risicovolle activiteiten verwijderd. Daarnaast is er een extra vrijstelling gekomen voor pakketbezorgbedrijven die voertuigen met tachografen gebruiken, omdat deze bedrijven al onder uitgebreide EU-mobiliteitscontroles vallen. De wijzigingen zijn vastgelegd in een besluit van 4 september 2026, gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad op 6 oktober. Voor HR- en inkoopteams betekent deze aanpassing minder papierwerk bij het controleren van de immigratiestatus binnen de keten, maar de aansprakelijkheid verdwijnt niet volledig. Hoofdaannemers moeten nog steeds de LIMOSA-meldingen en de geldigheid van werkvergunningen van derde-landers die in België werken, controleren, en de boetes bij niet-naleving blijven hoog. In de praktijk brengt het besluit het Vlaamse beleid dichter bij de federale aanpak, die zich richt op digitale meldingen in plaats van het bewaren van fysieke documenten. Bedrijven die in heel België actief zijn, doen er goed aan hun compliance-checklists aan te passen aan de regionale verschillen, vooral bij projecten die Vlaanderen, Wallonië en Brussel overspannen. Juridische adviseurs verwachten in 2027 verdere aanpassingen, zodra de EU haar pakket over platformwerkers en kortdurende detacheringen afrondt, wat de risicosectoren mogelijk opnieuw zal herdefiniëren.
Bron: CLB Group