
De Amerikaanse Kamer van Koophandel heeft beroep aangetekend tegen een beslissing van de districtrechtbank van 23 december, waarin de legaliteit werd bevestigd van een toeslag van 100.000 dollar op elke H-1B-aanvraag binnen de jaarlijkse limiet. Deze forse toeslag, goedgekeurd onder de One Big Beautiful Bill Act en ingevoerd via een presidentieel besluit, is bedoeld om wat de regering noemt “loonondermijning” door werkgevers tegen te gaan.
De Kamer stelt dat de toeslag de uitvoerende macht te buiten gaat en de concurrentiekracht van de VS zal ondermijnen, vooral voor technologie-, gezondheidszorg- en ingenieursbedrijven die afhankelijk zijn van buitenlandse professionals aan het begin van hun carrière. Juridische experts verwachten dat de zaak medio 2026 bij het D.C. Circuit terechtkomt en mogelijk daarna bij het Hooggerechtshof.
Als de toeslag standhoudt, stijgen de overheidskosten voor een standaard H-1B-aanvraag van 1.070 dollar naar meer dan 101.000 dollar—inclusief bestaande toeslagen voor fraudepreventie en training—waardoor kleine en middelgrote werkgevers praktisch worden uitgesloten van het programma.
Leiders op het gebied van wereldwijde mobiliteit doen er goed aan scenario’s te ontwikkelen zonder H-1B’s, en alternatieven te verkennen zoals L-1 intracompany transfers, nearshore talent hubs of remote-first aanwervingen. Bedrijven die voor het fiscale jaar 2026 al cap-aanvragen indienden vóór het presidentiële besluit, worden niet getroffen, maar de loterij voor FY 2027—gepland voor maart 2026 onder een nieuwe gewogen selectieregel—zal onder de toeslag vallen tenzij de rechtbanken ingrijpen.
Het beroep verhoogt ook de druk op het Congres, waar critici van beide partijen waarschuwen dat de toeslag investeringen naar het buitenland kan verdrijven. Werkgevers kunnen overwegen zich aan te sluiten bij amicus curiae-brieven of branchecoalities naarmate de rechtszaak vordert.
De Kamer stelt dat de toeslag de uitvoerende macht te buiten gaat en de concurrentiekracht van de VS zal ondermijnen, vooral voor technologie-, gezondheidszorg- en ingenieursbedrijven die afhankelijk zijn van buitenlandse professionals aan het begin van hun carrière. Juridische experts verwachten dat de zaak medio 2026 bij het D.C. Circuit terechtkomt en mogelijk daarna bij het Hooggerechtshof.
Als de toeslag standhoudt, stijgen de overheidskosten voor een standaard H-1B-aanvraag van 1.070 dollar naar meer dan 101.000 dollar—inclusief bestaande toeslagen voor fraudepreventie en training—waardoor kleine en middelgrote werkgevers praktisch worden uitgesloten van het programma.
Leiders op het gebied van wereldwijde mobiliteit doen er goed aan scenario’s te ontwikkelen zonder H-1B’s, en alternatieven te verkennen zoals L-1 intracompany transfers, nearshore talent hubs of remote-first aanwervingen. Bedrijven die voor het fiscale jaar 2026 al cap-aanvragen indienden vóór het presidentiële besluit, worden niet getroffen, maar de loterij voor FY 2027—gepland voor maart 2026 onder een nieuwe gewogen selectieregel—zal onder de toeslag vallen tenzij de rechtbanken ingrijpen.
Het beroep verhoogt ook de druk op het Congres, waar critici van beide partijen waarschuwen dat de toeslag investeringen naar het buitenland kan verdrijven. Werkgevers kunnen overwegen zich aan te sluiten bij amicus curiae-brieven of branchecoalities naarmate de rechtszaak vordert.
Bron: The Economic Times