
De Arbeidsinspectie (SIT) maakte op 15 september 2026 bekend dat er dit jaar al 479 werknemers — veelal migranten uit Bolivia, Paraguay en Venezuela — zijn bevrijd uit omstandigheden die neigen naar slavernij, verspreid over 231 acties. Deze cijfers volgen op een gezamenlijke actie van de Federale Politie en het Ministerie van Arbeid in Goiás vorige week en bieden het eerste landelijke overzicht sinds de invoering van nieuwe anti-mensenhandelprotocollen in januari. Hoewel de meeste bevrijdingen plaatsvonden in de agrarische en textielsector, wijzen officials bouwplaatsen in Recife, die zich voorbereiden op de Pan-Amerikaanse Spelen van 2027, aan als een opkomend risicogebied. Inspecteur-generaal Patrícia Sato benadrukte dat strengere grenscontroles alleen niet volstaan: “We hebben bedrijfsverantwoordelijkheid nodig door de hele toeleveringsketen, vooral van multinationals die grote infrastructuurprojecten aansturen.” Voor mobiliteits- en compliance-managers zijn deze cijfers cruciaal. Volgens Verordening 1.686/2025 kunnen bedrijven die betrokken zijn bij slavernijachtige omstandigheden tot twee jaar worden uitgesloten van het inhuren van buitenlandse werknemers en verliezen ze toegang tot versnelde visumprocedures. Minstens zes bouwbedrijven zijn al geschorst uit het Braziliaanse trusted-employer programma (TEP), wat de komst van honderden gespecialiseerde arbeidsvisa vertraagt. Best practices omvatten nu kwartaalcontroles op locatie en contractclausules waarin onderaannemers moeten garanderen dat zij voldoen aan fatsoenlijke arbeidsnormen. De interactieve kaart van de SIT met locaties van bevrijdingen, gelanceerd samen met het rapport, stelt HR-teams in staat zich te richten op risicovolle staten zoals Pará en Mato Grosso.