
In een belangrijke overwinning voor burgerorganisaties op grond van het Eerste Amendement – en een procedurele tik op de vingers voor U.S. Citizenship and Immigration Services (USCIS) – heeft de Amerikaanse districtsrechter Reggie Walton op 15 oktober een definitieve uitspraak gedaan die het USCIS-beleid van 2025 ongeldig verklaart. Dit beleid verbood derde partijen om direct na administratieve naturalisatieceremonies diensten aan te bieden voor het registreren van kiezers. De rechtszaak, aangespannen door de League of Women Voters en zes deelstaatafdelingen, stelde dat de plotselinge beleidswijziging van USCIS in strijd was met de Administrative Procedure Act, omdat de instantie de verplichte openbare consultatie had overgeslagen en het verbod niet had gerechtvaardigd. Rechter Walton gaf hen gelijk en maakte daarmee een voorlopige voorziening die hij in augustus had toegekend, definitief.
De uitspraak herstelt een decennialange praktijk waarbij niet-partijgebonden organisaties jaarlijks zo’n 120.000 nieuwe burgers hielpen zich te registreren om te stemmen. Vanuit het oogpunt van mobiliteit schept deze beslissing duidelijkheid voor expats die na langdurige opdrachten in de VS naturaliseren. Nieuwe burgers zullen opnieuw ter plaatse hulp bij het registreren van kiezers kunnen krijgen, wat het naleven van de deadlines in de kieswetgeving van de staten vereenvoudigt. De uitspraak voorkomt ook dat USCIS-vestigingen ongelijk omgaan met de registratie, aangezien veel kantoren stilzwijgend hadden toegestaan dat de registratie werd hervat in afwachting van de rechtszaak.
USCIS kan in beroep gaan, maar grondwettelijke experts twijfelen eraan dat de instantie zal slagen gezien de procedurele aard van de overtreding. Ondertussen dienen HR-medewerkers die werknemers voorbereiden op naturalisatieceremonies hen te informeren dat externe burgerorganisaties weer aanwezig kunnen zijn en ter plekke stemregistratieformulieren per staat kunnen aanbieden. De zaak benadrukt een bredere trend: federale rechtbanken toetsen beleidswijzigingen van immigratie-instanties die formele regelgevingsprocedures omzeilen, wat een extra juridische risico laag creëert voor werkgevers die afhankelijk zijn van voorspelbare besluitvormingsprocessen.
De uitspraak herstelt een decennialange praktijk waarbij niet-partijgebonden organisaties jaarlijks zo’n 120.000 nieuwe burgers hielpen zich te registreren om te stemmen. Vanuit het oogpunt van mobiliteit schept deze beslissing duidelijkheid voor expats die na langdurige opdrachten in de VS naturaliseren. Nieuwe burgers zullen opnieuw ter plaatse hulp bij het registreren van kiezers kunnen krijgen, wat het naleven van de deadlines in de kieswetgeving van de staten vereenvoudigt. De uitspraak voorkomt ook dat USCIS-vestigingen ongelijk omgaan met de registratie, aangezien veel kantoren stilzwijgend hadden toegestaan dat de registratie werd hervat in afwachting van de rechtszaak.
USCIS kan in beroep gaan, maar grondwettelijke experts twijfelen eraan dat de instantie zal slagen gezien de procedurele aard van de overtreding. Ondertussen dienen HR-medewerkers die werknemers voorbereiden op naturalisatieceremonies hen te informeren dat externe burgerorganisaties weer aanwezig kunnen zijn en ter plekke stemregistratieformulieren per staat kunnen aanbieden. De zaak benadrukt een bredere trend: federale rechtbanken toetsen beleidswijzigingen van immigratie-instanties die formele regelgevingsprocedures omzeilen, wat een extra juridische risico laag creëert voor werkgevers die afhankelijk zijn van voorspelbare besluitvormingsprocessen.
Bron: Campaign Legal Center