
In een baanbrekende uitspraak van 18 december 2025 heeft het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ-EU) geoordeeld dat het Poolse Constitutionele Hof geen onafhankelijke of onpartijdige rechtbank is in de zin van het EU-recht, vanwege ernstige onregelmatigheden bij de benoeming van de voorzitter en drie rechters. De uitspraak stelt dat meerdere eerdere beslissingen van het Hof – met name die waarin de Poolse grondwet boven EU-verdragen wordt gesteld – in strijd zijn met de principes van doeltreffende rechtsbescherming en uniforme toepassing van het EU-recht.
Waarom is deze ogenschijnlijk technische uitspraak belangrijk voor managers van wereldwijde mobiliteit? Ten eerste hangt de toegang van Polen tot EU-structuurfondsen – deels bestemd voor de digitalisering van visa- en verblijfsvergunningssystemen – af van naleving van de rechtsstatelijke criteria. Een bevriezing van deze fondsen kan de uitrol van het langverwachte e-immigratieportaal vertragen, waarop werkgevers rekenen om de verwerkingstijden te verkorten. Ten tweede raakt de kwestie van rechterlijke onafhankelijkheid direct aan het Schengen-beleid: de Europese Commissie koppelt de naleving van de rechtsstaat aan het wederzijds vertrouwen bij de erkenning van immigratie- en asielbesluiten van lidstaten. Een nieuwe inbreukprocedure kan leiden tot strengere controles op documenten van reizigers die Polen binnenkomen of verlaten, wat extra frictie veroorzaakt bij land- en luchthavens.
De pro-Europese regering van premier Donald Tusk verwelkomde de uitspraak en kondigde aan “onmiddellijke wetgevende stappen” te nemen om de rechtsgeldigheid van het Hof te herstellen, maar staat voor een zware opgave: twee opeenvolgende presidenten, verbonden aan de voormalige regeringspartij, hebben nog steeds vetorecht over hervormingen van het hof. Advocaten gespecialiseerd in arbeidsmigratie waarschuwen dat zonder snelle naleving het HvJ-EU boetes per dag kan opleggen, waardoor middelen die bestemd zijn voor het digitaliseren van de achterstanden bij verblijfsvergunningen – die landelijk oplopen tot meer dan 260.000 gevallen – uitgeput raken.
Voor werkgevers is het praktische advies tweeledig. Multinationals doen er goed aan extra tijd in te calculeren in hun Poolse werkvergunningsstrategie, voor het geval politieke onrust de langverwachte automatiseringsprojecten vertraagt. Tegelijkertijd moeten HR-teams de naleving van regels voor gedetacheerde werknemers controleren, aangezien Brussel waarschijnlijk verdere druk op de rechtsstaat combineert met gerichte controles op dossiers rond arbeidsmobiliteit – een gebied waar Polen deze maand de aanvraagkosten al met tot wel 700% heeft verhoogd.
Tot slot moeten wereldwijd mobiele medewerkers rekening houden met mogelijke verstoringen in de wederzijdse erkenning van beroepskwalificaties. De Commissie suggereerde dat als Polen het HvJ-EU-arrest niet naleeft, de administratieve samenwerkingskanalen voor grensoverschrijdende dienstverlening kunnen worden opgeschort, waardoor gedetacheerden extra documenten moeten regelen of opnieuw een vergunning in het gastland moeten aanvragen. Kortom, hoewel de uitspraak juridisch van aard is, kunnen de gevolgen in 2026 in elk HR-mobiliteitsplan voelbaar zijn.
Waarom is deze ogenschijnlijk technische uitspraak belangrijk voor managers van wereldwijde mobiliteit? Ten eerste hangt de toegang van Polen tot EU-structuurfondsen – deels bestemd voor de digitalisering van visa- en verblijfsvergunningssystemen – af van naleving van de rechtsstatelijke criteria. Een bevriezing van deze fondsen kan de uitrol van het langverwachte e-immigratieportaal vertragen, waarop werkgevers rekenen om de verwerkingstijden te verkorten. Ten tweede raakt de kwestie van rechterlijke onafhankelijkheid direct aan het Schengen-beleid: de Europese Commissie koppelt de naleving van de rechtsstaat aan het wederzijds vertrouwen bij de erkenning van immigratie- en asielbesluiten van lidstaten. Een nieuwe inbreukprocedure kan leiden tot strengere controles op documenten van reizigers die Polen binnenkomen of verlaten, wat extra frictie veroorzaakt bij land- en luchthavens.
De pro-Europese regering van premier Donald Tusk verwelkomde de uitspraak en kondigde aan “onmiddellijke wetgevende stappen” te nemen om de rechtsgeldigheid van het Hof te herstellen, maar staat voor een zware opgave: twee opeenvolgende presidenten, verbonden aan de voormalige regeringspartij, hebben nog steeds vetorecht over hervormingen van het hof. Advocaten gespecialiseerd in arbeidsmigratie waarschuwen dat zonder snelle naleving het HvJ-EU boetes per dag kan opleggen, waardoor middelen die bestemd zijn voor het digitaliseren van de achterstanden bij verblijfsvergunningen – die landelijk oplopen tot meer dan 260.000 gevallen – uitgeput raken.
Voor werkgevers is het praktische advies tweeledig. Multinationals doen er goed aan extra tijd in te calculeren in hun Poolse werkvergunningsstrategie, voor het geval politieke onrust de langverwachte automatiseringsprojecten vertraagt. Tegelijkertijd moeten HR-teams de naleving van regels voor gedetacheerde werknemers controleren, aangezien Brussel waarschijnlijk verdere druk op de rechtsstaat combineert met gerichte controles op dossiers rond arbeidsmobiliteit – een gebied waar Polen deze maand de aanvraagkosten al met tot wel 700% heeft verhoogd.
Tot slot moeten wereldwijd mobiele medewerkers rekening houden met mogelijke verstoringen in de wederzijdse erkenning van beroepskwalificaties. De Commissie suggereerde dat als Polen het HvJ-EU-arrest niet naleeft, de administratieve samenwerkingskanalen voor grensoverschrijdende dienstverlening kunnen worden opgeschort, waardoor gedetacheerden extra documenten moeten regelen of opnieuw een vergunning in het gastland moeten aanvragen. Kortom, hoewel de uitspraak juridisch van aard is, kunnen de gevolgen in 2026 in elk HR-mobiliteitsplan voelbaar zijn.
Bron: Reuters