
De Raad van de EU heeft op 23 februari 2026 zijn onderhandelingspositie vastgesteld, waarmee Oostenrijk wordt gemachtigd om zijn bilaterale wegvervoerakkoord uit 1958 met Zwitserland aan te passen. Hierdoor mogen reguliere bus- en touringcarbedrijven passagiers oppikken en afzetten binnen een afgebakende zone aan beide zijden van de grens. Tot nu toe was zogenaamde cabotage – binnenlands vervoer uitgevoerd door een buitenlandse vervoerder – verboden, omdat personenvervoer een exclusieve EU-bevoegdheid is; versoepeling hiervan vereiste daarom toestemming uit Brussel. Volgens het conceptmandaat wordt cabotage beperkt tot de Oostenrijkse districten Bludenz, Bregenz, Dornbirn, Feldkirch en Landeck in Vorarlberg, en de aangrenzende Zwitserse kantons St. Gallen, Thurgau en Graubünden. Vervoerders moeten nog steeds een echte grensoverschrijdende rit maken, maar mogen tussentijdse haltes bedienen, wat forenzen en bezoekers meer reismogelijkheden biedt en vervoerders helpt om de bezettingsgraad te verbeteren en lege ritten te verminderen. Voor mobiliteitsmanagers betekent deze wijziging het verdwijnen van een regelgevend probleem: bedrijfs-shuttles of gecontracteerde busdiensten die elke ochtend de grens oversteken, kunnen na inwerkingtreding van de wijziging personeel op meerdere haltes oppikken in plaats van alleen bij de eerste halte over de grens. Dit zal reistijden verkorten, kosten verlagen en werkgevers met verspreide teams in de regio Bodensee-Alpenrijn ondersteunen. De maatregel sluit ook aan bij Zwitserlands doel om het verkeer van privéauto’s naar collectief vervoer te verplaatsen; Bern heeft aangegeven bereid te zijn de Oostenrijkse wijziging in de Zwitserse wetgeving te weerspiegelen zodra het EU-wetgevingsproces is afgerond. Het Europees Parlement zal het dossier naar verwachting voor de zomer behandelen, waardoor de nieuwe regels begin 2027 van kracht kunnen worden.