
Op 16 mei 2026 hebben premier Narendra Modi en zijn Nederlandse collega Rob Jetten de bilaterale betrekkingen opgewaardeerd tot een Strategisch Partnerschap en, van groot belang voor managers van wereldwijde mobiliteit, een speciaal Memorandum of Understanding (MoU) ondertekend over Migratie en Mobiliteit. Het akkoord verplicht beide regeringen tot het creëren van transparante visumprocedures, versnelde werkvergunningstrajecten en bescherming tegen uitbuiting, terwijl ze ook samenwerken om irreguliere migratie tegen te gaan.
Hoewel India al talentmobiliteitsovereenkomsten heeft met Duitsland, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk, is het Nederlandse MoU het eerste dat studentenuitwisselingen, mobiliteit van onderzoekers en visa voor hoogopgeleide professionals bundelt in één kader, inclusief samenwerking op het gebied van naleving. Een gezamenlijke werkgroep komt nog voor het einde van 2026 bijeen om gestroomlijnde aanvraagchecklists, digitale documentuitwisseling en pilots voor wederzijdse erkenning van vaardigheden in IT, halfgeleiders en maritieme techniek af te ronden.
Voor Indiase multinationals zoals Tata Consultancy Services, Infosys en Wipro—die elk meer dan 1.500 medewerkers in Nederland hebben—belooft de overeenkomst kortere verwerkingstijden en wederzijdse quota voor intra-bedrijfsoverdrachten. Nederlandse techbedrijven ASML en NXP, die moeite hebben met het invullen van chipontwerp-functies, krijgen vereenvoudigde routes om Indiase ingenieurs aan te trekken voor projecten in het Brainport-gebied van Eindhoven. Universiteiten aan beide zijden plannen ondertussen een "Brain Bridge"-programma dat gezamenlijke promotiebegeleiding en twee jaar werkrechten na studie mogelijk maakt.
Het MoU bevat ook de toezegging om een data-uitwisselingsmechanisme te ontwikkelen tussen India’s Immigration, Visa, Foreigners Registration & Tracking (IVFRT) platform en het Nederlandse IND-immigratiesysteem. Zodra dit operationeel is, kunnen bedrijven de gegevens van aanvragers vooraf valideren, waardoor het aantal visuminterviews aan het begin van het proces met tot wel 40 procent kan afnemen, aldus officials. HR-managers wordt aangeraden om alvast functies in kaart te brengen die kunnen profiteren van de aankomende versnelde lijsten en de kosten van lokale aanwerving versus detachering te herzien in afwachting van minder bureaucratie.
Hoewel India al talentmobiliteitsovereenkomsten heeft met Duitsland, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk, is het Nederlandse MoU het eerste dat studentenuitwisselingen, mobiliteit van onderzoekers en visa voor hoogopgeleide professionals bundelt in één kader, inclusief samenwerking op het gebied van naleving. Een gezamenlijke werkgroep komt nog voor het einde van 2026 bijeen om gestroomlijnde aanvraagchecklists, digitale documentuitwisseling en pilots voor wederzijdse erkenning van vaardigheden in IT, halfgeleiders en maritieme techniek af te ronden.
Voor Indiase multinationals zoals Tata Consultancy Services, Infosys en Wipro—die elk meer dan 1.500 medewerkers in Nederland hebben—belooft de overeenkomst kortere verwerkingstijden en wederzijdse quota voor intra-bedrijfsoverdrachten. Nederlandse techbedrijven ASML en NXP, die moeite hebben met het invullen van chipontwerp-functies, krijgen vereenvoudigde routes om Indiase ingenieurs aan te trekken voor projecten in het Brainport-gebied van Eindhoven. Universiteiten aan beide zijden plannen ondertussen een "Brain Bridge"-programma dat gezamenlijke promotiebegeleiding en twee jaar werkrechten na studie mogelijk maakt.
Het MoU bevat ook de toezegging om een data-uitwisselingsmechanisme te ontwikkelen tussen India’s Immigration, Visa, Foreigners Registration & Tracking (IVFRT) platform en het Nederlandse IND-immigratiesysteem. Zodra dit operationeel is, kunnen bedrijven de gegevens van aanvragers vooraf valideren, waardoor het aantal visuminterviews aan het begin van het proces met tot wel 40 procent kan afnemen, aldus officials. HR-managers wordt aangeraden om alvast functies in kaart te brengen die kunnen profiteren van de aankomende versnelde lijsten en de kosten van lokale aanwerving versus detachering te herzien in afwachting van minder bureaucratie.