
Een federale rechtbank in Massachusetts, die vorige maand de eenmalige toeslag van $100.000 op nieuwe H-1B-aanvragen van de overheid ongeldig verklaarde, heeft op 16 juli een vervolgbevel uitgevaardigd waarin het eigen vonnis tijdelijk wordt opgeschort in afwachting van het hoger beroep van de overheid. Deze ongebruikelijke gang van zaken – eerst het vonnis vernietigen, daarna die vernietiging weer pauzeren – betekent dat de toeslag voorlopig nog kan worden geïnd totdat het Hof van Beroep van het Eerste Circuit een uitspraak doet, waardoor werkgevers in onzekerheid verkeren.
De toeslag, opgelegd door Presidentieel Besluit 10973, werd door het Witte Huis gerechtvaardigd als een maatregel tegen “goedkope buitenlandse arbeidskrachten.” De rechtbank noemde de heffing aanvankelijk een illegale belasting zonder toestemming van het Congres, maar stemde in met de opschorting nadat advocaten van het ministerie van Justitie betoogden dat een plotselinge ommekeer de inkomstenstromen en lopende IT-systeemwijzigingen zou verstoren.
Immigratieadviseurs staan nu voor een dilemma: wel aanvragen indienen en de $100.000 betalen in de hoop op toekomstige terugbetalingen, of aanvragen uitstellen en het risico lopen op een overschrijding van de quotum- of projectdeadlines. Technologie-, gezondheidszorg- en adviesbedrijven – de grootste gebruikers van de H-1B-categorie – geven aan dat de impact op de cashflow aanzienlijk is; een enkele grote instroom van 50 buitenlandse specialisten kan oplopen tot $5 miljoen aan onverwachte kosten. Sommige werkgevers onderzoeken alternatieve visa zoals de O-1 of Treaty Trader, terwijl anderen hun L-1 blanket-overplaatsingen van buitenlandse dochterondernemingen naar voren halen. Universiteiten, die weliswaar vrijgesteld zijn van het H-1B-quotum maar niet van de nieuwe toeslag, waarschuwen dat onderzoeksprogramma’s kunnen stilvallen zonder buitenlandse postdocs.
Het Hof van Beroep van het Eerste Circuit heeft een versnelde planning voor de schriftelijke stukken vastgesteld, met een mondelinge behandeling die in september wordt verwacht. Totdat er een definitieve uitspraak is, wordt mobiliteitsmanagers aangeraden conservatief te budgetteren, de gerechtelijke ontwikkelingen nauwgezet te volgen en voorbereid te zijn op alternatieve personeelsstrategieën.
De toeslag, opgelegd door Presidentieel Besluit 10973, werd door het Witte Huis gerechtvaardigd als een maatregel tegen “goedkope buitenlandse arbeidskrachten.” De rechtbank noemde de heffing aanvankelijk een illegale belasting zonder toestemming van het Congres, maar stemde in met de opschorting nadat advocaten van het ministerie van Justitie betoogden dat een plotselinge ommekeer de inkomstenstromen en lopende IT-systeemwijzigingen zou verstoren.
Immigratieadviseurs staan nu voor een dilemma: wel aanvragen indienen en de $100.000 betalen in de hoop op toekomstige terugbetalingen, of aanvragen uitstellen en het risico lopen op een overschrijding van de quotum- of projectdeadlines. Technologie-, gezondheidszorg- en adviesbedrijven – de grootste gebruikers van de H-1B-categorie – geven aan dat de impact op de cashflow aanzienlijk is; een enkele grote instroom van 50 buitenlandse specialisten kan oplopen tot $5 miljoen aan onverwachte kosten. Sommige werkgevers onderzoeken alternatieve visa zoals de O-1 of Treaty Trader, terwijl anderen hun L-1 blanket-overplaatsingen van buitenlandse dochterondernemingen naar voren halen. Universiteiten, die weliswaar vrijgesteld zijn van het H-1B-quotum maar niet van de nieuwe toeslag, waarschuwen dat onderzoeksprogramma’s kunnen stilvallen zonder buitenlandse postdocs.
Het Hof van Beroep van het Eerste Circuit heeft een versnelde planning voor de schriftelijke stukken vastgesteld, met een mondelinge behandeling die in september wordt verwacht. Totdat er een definitieve uitspraak is, wordt mobiliteitsmanagers aangeraden conservatief te budgetteren, de gerechtelijke ontwikkelingen nauwgezet te volgen en voorbereid te zijn op alternatieve personeelsstrategieën.
Bron: ASCP / Court filings