
Een rechtszaak die de bevriezing van de uitgifte van immigrantenvisa door het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken voor staatsburgers van 75 landen wilde blokkeren, liep donderdag vast toen de Amerikaanse districtsrechter Trevor N. McFadden de zaak afwees wegens gebrek aan rechtsmacht. De uitspraak, die zaterdag werd gepubliceerd, handhaaft een instructie uit januari waarin consulair medewerkers wereldwijd werd opgedragen alle immigrantenvisa van landen op een publieke-lasten-waarschuwingslijst te weigeren, terwijl het ministerie een beleidsherziening uitvoert. Rechter McFadden stelde vast dat de meeste van de meer dan 80 eisers “geen details” hadden verstrekt over hun lopende visumaanvragen en daardoor geen concreet nadeel konden aantonen. De rechtbank bekritiseerde ook sterk gecensureerde verklaringen die cruciale feiten verhulden. Eisers hebben tot 24 augustus de tijd om een meer specifieke klacht in te dienen. Tot die datum mogen consulaten wel interviews blijven plannen, maar zijn ze verboden visa uit te geven aan de betrokken staatsburgers. Voor multinationals bemoeilijkt deze pauze de wereldwijde talentstromen, vooral voor intra-bedrijfsoverdrachten uit Rusland, Brazilië, Nigeria en Iran, die allemaal op de lijst van 75 landen staan. HR-teams moeten rekening houden met langere voorbereidingstijden voor opdrachten en overwegen om visa-aanvragen via derde landen te laten verlopen, waarbij werknemers aanvragen indienen vanuit niet-beperkte jurisdicties. Immigratieadvocaten wijzen erop dat de richtlijn geen invloed heeft op niet-immigrantenvisa zoals H-1B of L-1, maar wel de verwerking van green cards vertraagt voor duizenden buitenlandse leidinggevenden en hoogopgeleide werknemers. De afwijzing benadrukt ook de lastige positie van eisers die consulaire beleidsmaatregelen willen aanvechten onder het principe van consulaire niet-toetsbaarheid. Voorstanders roepen het Congres op om toezicht te houden, met het argument dat de bevriezing feitelijk fungeert als een reisverbod. Totdat de zaak opnieuw wordt ingediend of het ministerie van Buitenlandse Zaken zijn beoordeling afrondt, dienen bedrijven de prioriteitsdata van hun werknemers nauwlettend te volgen en alternatieve routes te verkennen, zoals EB-1-petities voor multinationale managers die vanuit de Verenigde Staten worden ingediend.
Bron: Hoodline