
De Vlaamse regering heeft een pakket immigratiemaatregelen gepubliceerd dat op 1 januari 2026 ingaat en de manier waarop bedrijven buitenlandse arbeidskrachten inzetten in de noordelijke regio van België ingrijpend zal veranderen. Volgens de nieuwe regels is elk bedrijf in een toeleveringsketen – van hoofdaannemer tot de laatste onderaannemer – aansprakelijk als er ergens in die keten een illegale niet-EU-werknemer wordt aangetroffen. “Verklarende” clausules in contracten volstaan niet langer; aannemers moeten actief bewijs opvragen en bewaren van een geldige werk- en verblijfsstatus voor alle gedetacheerde of ingehuurde werknemers. Bij niet-naleving kunnen boetes oplopen tot €48.000 per ongedocumenteerde werknemer en kan het betreffende project tijdelijk worden stilgelegd.
Tegelijkertijd sluit de Vlaamse minister van Werk verschillende migratieroutes voor laaggeschoolde functies af. Beroepen waarvoor geen aantoonbaar tekort is, moeten opnieuw een arbeidsmarkttest ondergaan en werkgevers moeten vacatures minimaal vijf weken via regionale jobplatforms publiceren voordat ze een aanvraag voor een single permit kunnen indienen. Sectoren die sterk afhankelijk zijn van niet-EU-seizoens- of horecapersoneel zullen dit direct voelen.
De hervormingen sluiten aan bij het Vlaamse beleid dat de voorkeur geeft aan hoog- en middelbaargeschoolde knelpuntberoepen en werkgevers aanspoort om “eerst lokaal te werven.” Voor global mobility managers is de boodschap duidelijk: plan Belgische opdrachten ruim van tevoren, houd rekening met langere doorlooptijden en controleer de naleving van documentatie bij onderaannemers. Multinationals die pan-Europese projecten uitvoeren in de bouw, logistiek of IT-uitbesteding zullen nieuwe contractuele clausules moeten opnemen waarin de verantwoordelijkheden voor documentatie en schadeloosstelling door de hele keten worden vastgelegd.
Bovenop de kosten kondigde de regio aan dat er vanaf 2026 een aparte verwerkingsvergoeding van de overheid komt voor single-permit aanvragen, naast de federale immigratieheffing. Bedrijven die regelmatig personeel roteren via Belgische projecten doen er goed aan nu hun kostenramingen te herzien, om onaangename budgetoverschrijdingen volgend jaar te voorkomen.
Ondanks verzoeken vanuit het bedrijfsleven om een overgangsperiode, bevestigden de autoriteiten op 17 december dat er geen respijt wordt gegeven. Aanvragen die op of na 1 januari 2026 worden ingediend, worden beoordeeld volgens de strengere normen, terwijl lopende dossiers onder het huidige regime worden afgehandeld. Werkgevers hebben dus nog twee weken om eventuele laatste aanvragen onder de bestaande, soepelere regels in te dienen.
Tegelijkertijd sluit de Vlaamse minister van Werk verschillende migratieroutes voor laaggeschoolde functies af. Beroepen waarvoor geen aantoonbaar tekort is, moeten opnieuw een arbeidsmarkttest ondergaan en werkgevers moeten vacatures minimaal vijf weken via regionale jobplatforms publiceren voordat ze een aanvraag voor een single permit kunnen indienen. Sectoren die sterk afhankelijk zijn van niet-EU-seizoens- of horecapersoneel zullen dit direct voelen.
De hervormingen sluiten aan bij het Vlaamse beleid dat de voorkeur geeft aan hoog- en middelbaargeschoolde knelpuntberoepen en werkgevers aanspoort om “eerst lokaal te werven.” Voor global mobility managers is de boodschap duidelijk: plan Belgische opdrachten ruim van tevoren, houd rekening met langere doorlooptijden en controleer de naleving van documentatie bij onderaannemers. Multinationals die pan-Europese projecten uitvoeren in de bouw, logistiek of IT-uitbesteding zullen nieuwe contractuele clausules moeten opnemen waarin de verantwoordelijkheden voor documentatie en schadeloosstelling door de hele keten worden vastgelegd.
Bovenop de kosten kondigde de regio aan dat er vanaf 2026 een aparte verwerkingsvergoeding van de overheid komt voor single-permit aanvragen, naast de federale immigratieheffing. Bedrijven die regelmatig personeel roteren via Belgische projecten doen er goed aan nu hun kostenramingen te herzien, om onaangename budgetoverschrijdingen volgend jaar te voorkomen.
Ondanks verzoeken vanuit het bedrijfsleven om een overgangsperiode, bevestigden de autoriteiten op 17 december dat er geen respijt wordt gegeven. Aanvragen die op of na 1 januari 2026 worden ingediend, worden beoordeeld volgens de strengere normen, terwijl lopende dossiers onder het huidige regime worden afgehandeld. Werkgevers hebben dus nog twee weken om eventuele laatste aanvragen onder de bestaande, soepelere regels in te dienen.
Bron: Fragomen