
Voorbij de salarisgrenzen richt het MAC-jaarverslag 2025—gepubliceerd op 17 december—de aandacht op twee kwesties die zowel werkgevers als beleidsmakers bezighouden: de levenslange financiële impact van het Family Partner-visum en de aanhoudende taalachterstanden onder bepaalde migrantengroepen.
De commissie constateert dat migranten via de familieroute aanvankelijk netto-bijdragers zijn, maar dat velen op termijn een levenslang financieel tekort laten zien doordat de arbeidsdeelname afneemt, vooral onder vrouwen. De top 10% van de verdieners blijft echter netto positief, wat het MAC ertoe aanzet om gerichte ondersteuning bij werkgelegenheid en betere erkenning van vaardigheden te adviseren om de economische bijdrage te maximaliseren.
Wat taal betreft, toont het rapport grote verschillen in Engelse taalvaardigheid per nationaliteit en visumtype, waarbij zwakkere taalvaardigheden sterk samenhangen met lagere lonen en tragere carrièreontwikkeling. Het MAC stelt dat de overheid de huidige B1/B2 Engelse taaltoetsen moet herzien, beroep-specifieke normen moet overwegen en gesubsidieerde trainingen moet uitbreiden—aanbevelingen die werkgevers mogelijk verplichten meer te investeren in taalprogramma’s bij aankomst.
Voor HR- en mobiliteitsteams kunnen de bevindingen duiden op strengere eisen voor Engelse taalvaardigheid bij toekomstige visa en meer druk om de werkgelegenheidsresultaten van partners te monitoren als onderdeel van duurzaamheidsrapportages binnen bedrijven. Diversiteits- en inclusieverantwoordelijken doen er goed aan samen te werken met L&D-afdelingen om schaalbare taalverbeteringsprogramma’s te ontwikkelen.
Politiek gezien biedt het rapport ministers een onderbouwde basis om het aankomende Immigratie-Witboek, verwacht in het voorjaar van 2026, verder aan te scherpen en geeft het aan dat ook niet-economische routes strenger op hun economische impact zullen worden beoordeeld.
De commissie constateert dat migranten via de familieroute aanvankelijk netto-bijdragers zijn, maar dat velen op termijn een levenslang financieel tekort laten zien doordat de arbeidsdeelname afneemt, vooral onder vrouwen. De top 10% van de verdieners blijft echter netto positief, wat het MAC ertoe aanzet om gerichte ondersteuning bij werkgelegenheid en betere erkenning van vaardigheden te adviseren om de economische bijdrage te maximaliseren.
Wat taal betreft, toont het rapport grote verschillen in Engelse taalvaardigheid per nationaliteit en visumtype, waarbij zwakkere taalvaardigheden sterk samenhangen met lagere lonen en tragere carrièreontwikkeling. Het MAC stelt dat de overheid de huidige B1/B2 Engelse taaltoetsen moet herzien, beroep-specifieke normen moet overwegen en gesubsidieerde trainingen moet uitbreiden—aanbevelingen die werkgevers mogelijk verplichten meer te investeren in taalprogramma’s bij aankomst.
Voor HR- en mobiliteitsteams kunnen de bevindingen duiden op strengere eisen voor Engelse taalvaardigheid bij toekomstige visa en meer druk om de werkgelegenheidsresultaten van partners te monitoren als onderdeel van duurzaamheidsrapportages binnen bedrijven. Diversiteits- en inclusieverantwoordelijken doen er goed aan samen te werken met L&D-afdelingen om schaalbare taalverbeteringsprogramma’s te ontwikkelen.
Politiek gezien biedt het rapport ministers een onderbouwde basis om het aankomende Immigratie-Witboek, verwacht in het voorjaar van 2026, verder aan te scherpen en geeft het aan dat ook niet-economische routes strenger op hun economische impact zullen worden beoordeeld.