
Op 28 januari 2026 ondertekende de Vlaamse regering een nieuw werkgelegenheidspact ‘Iedereen nodig, iedereen mee’ met werkgeversfederaties (Voka, UNIZO) en vakbonden (ACV, ACLVB). Het akkoord maakt 100 miljoen euro vrij over twee jaar om de tewerkstellingsgraad in de regio op te krikken naar 80%, een cruciale doelstelling om looninflatie te temperen en economische groei te ondersteunen.
De kernmaatregelen omvatten snellere, meer gepersonaliseerde VDAB-begeleiding voor werkzoekenden, verlaging van de werkgeversbijdragen voor bedrijven die mensen aanwerven die langer dan twee jaar niet actief zijn, en een uitgebreid opleidingspremie voor kandidaten die zich richten op knelpuntberoepen. Voor professionals in globale mobiliteit is het vierde pijler opvallend: het erkent dat “gerichte arbeidsmigratie noodzakelijk blijft” zodra lokale en interregionale talentenpools uitgeput zijn. Het pact belooft daarom gestroomlijnde procedures voor hooggeschoolde niet-EU-burgers en profielen op de Vlaamse knelpuntberoepenlijst.
Werkgevers pleitten voor duidelijkere single-permit procedures en voorspelbaarheid rond salarisdrempels. Hoewel het pact zelf de vergunningregels niet wijzigt, gaf minister van Sociale Zaken Jo Brouns aan dat Vlaanderen samen met het federale niveau zal werken aan een gemiddelde doorlooptijd van 30 dagen voor werkvergunningen tegen 2027, en selectieve ‘fast-lane’ procedures zal overwegen voor strategische sectoren zoals biotech en halfgeleiders.
Voor multinationals met Belgische vestigingen biedt het pact twee directe voordelen: (1) budget voor royale opleidingsincentives die de onboardingkosten voor meeverhuizende partners van gedetacheerden kunnen compenseren, en (2) volg de komende updates van de knelpuntberoepenlijst op de voet — functies die aan de lijst worden toegevoegd, maken het eenvoudiger om werknemers van buiten de EU aan te werven zonder langdurige arbeidsmarkttoetsen.
Critici merken op dat het pact concrete doelstellingen mist op het vlak van huisvesting en integratieondersteuning voor nieuwe werknemers, en verwachten dat deze thema’s terug op de politieke agenda komen voor de gemeenteraadsverkiezingen van 2026.
De kernmaatregelen omvatten snellere, meer gepersonaliseerde VDAB-begeleiding voor werkzoekenden, verlaging van de werkgeversbijdragen voor bedrijven die mensen aanwerven die langer dan twee jaar niet actief zijn, en een uitgebreid opleidingspremie voor kandidaten die zich richten op knelpuntberoepen. Voor professionals in globale mobiliteit is het vierde pijler opvallend: het erkent dat “gerichte arbeidsmigratie noodzakelijk blijft” zodra lokale en interregionale talentenpools uitgeput zijn. Het pact belooft daarom gestroomlijnde procedures voor hooggeschoolde niet-EU-burgers en profielen op de Vlaamse knelpuntberoepenlijst.
Werkgevers pleitten voor duidelijkere single-permit procedures en voorspelbaarheid rond salarisdrempels. Hoewel het pact zelf de vergunningregels niet wijzigt, gaf minister van Sociale Zaken Jo Brouns aan dat Vlaanderen samen met het federale niveau zal werken aan een gemiddelde doorlooptijd van 30 dagen voor werkvergunningen tegen 2027, en selectieve ‘fast-lane’ procedures zal overwegen voor strategische sectoren zoals biotech en halfgeleiders.
Voor multinationals met Belgische vestigingen biedt het pact twee directe voordelen: (1) budget voor royale opleidingsincentives die de onboardingkosten voor meeverhuizende partners van gedetacheerden kunnen compenseren, en (2) volg de komende updates van de knelpuntberoepenlijst op de voet — functies die aan de lijst worden toegevoegd, maken het eenvoudiger om werknemers van buiten de EU aan te werven zonder langdurige arbeidsmarkttoetsen.
Critici merken op dat het pact concrete doelstellingen mist op het vlak van huisvesting en integratieondersteuning voor nieuwe werknemers, en verwachten dat deze thema’s terug op de politieke agenda komen voor de gemeenteraadsverkiezingen van 2026.
Bron: HR Magazine (Belgium)