
De Belgische Ministerraad keurde op maandag 15 juni 2026 een wetsvoorstel goed van Asiel- en Migratieminister Anneleen Van Bossuyt (N-VA) dat van EU-burgers die naar België verhuizen om werk te zoeken, vereist dat zij bij de aanvraag van een verblijfskaart én zes maanden later aantonen dat ze daadwerkelijk actief op zoek zijn naar werk. Volgens de huidige regels volstaat één bewijsstuk, zoals inschrijving bij een arbeidsbureau, bij de aanvraag, en zijn vervolgcontroles zeldzaam. Het nieuwe voorstel legt de lat hoger: aanvragers moeten nu meerdere bewijzen (bijvoorbeeld sollicitaties én inschrijving) overleggen en binnen zes maanden een “realistische kans” op werk aantonen, anders riskeren ze hun verblijfsrecht te verliezen.
Daarnaast wordt de toegang tot Belgische sociale bijstand voor EU-werkzoekenden geblokkeerd totdat zij een permanent verblijfsrecht hebben, een maatregel die de overheid inzet om zogenoemd “benefits tourism” tegen te gaan. Ook worden strengere volledigheidscontroles ingevoerd bij gezinsherenigingsaanvragen van EU-burgers; onvolledige dossiers worden niet-ontvankelijk verklaard. Volgens cijfers van het Immigratiebureau gaf België vorig jaar 1.266 verblijfskaarten uit aan EU-werkzoekenden, maar werden meer dan 900 aanvragen geweigerd of ingetrokken – statistieken die de minister aanvoert om strengere controles te rechtvaardigen.
Voor werkgevers die talent uit naburige EU-landen aantrekken, kan het wetsvoorstel de onboarding verlengen en de administratieve last voor HR-teams die intra-EU-verhuizingen begeleiden, vergroten. Mobiliteitsmanagers moeten zich voorbereiden op het aanleveren van bewijsstukken zoals opleidingscertificaten, jobaanbiedingen en uitnodigingen voor sollicitatiegesprekken bij de initiële registratie en de controle na zes maanden.
Het voorstel sluit aan bij een bredere EU-aanpak om vrije beweging te koppelen aan daadwerkelijke economische activiteit, maar critici waarschuwen dat het de broodnodige arbeidskrachten in sectoren met tekorten kan afschrikken. Het wetsvoorstel gaat nu naar het Parlement en wordt verwacht vóór het zomerreces te worden goedgekeurd, met een beoogde invoeringsdatum van 1 oktober 2026. Bedrijven doen er goed aan de wetgevingskalender te volgen en hun verhuischecklists aan te passen. EU-burgers die al in België zijn, wordt aangeraden alvast bewijs van actieve werkzoektocht te verzamelen om verrassingen bij controles na invoering te voorkomen.
Daarnaast wordt de toegang tot Belgische sociale bijstand voor EU-werkzoekenden geblokkeerd totdat zij een permanent verblijfsrecht hebben, een maatregel die de overheid inzet om zogenoemd “benefits tourism” tegen te gaan. Ook worden strengere volledigheidscontroles ingevoerd bij gezinsherenigingsaanvragen van EU-burgers; onvolledige dossiers worden niet-ontvankelijk verklaard. Volgens cijfers van het Immigratiebureau gaf België vorig jaar 1.266 verblijfskaarten uit aan EU-werkzoekenden, maar werden meer dan 900 aanvragen geweigerd of ingetrokken – statistieken die de minister aanvoert om strengere controles te rechtvaardigen.
Voor werkgevers die talent uit naburige EU-landen aantrekken, kan het wetsvoorstel de onboarding verlengen en de administratieve last voor HR-teams die intra-EU-verhuizingen begeleiden, vergroten. Mobiliteitsmanagers moeten zich voorbereiden op het aanleveren van bewijsstukken zoals opleidingscertificaten, jobaanbiedingen en uitnodigingen voor sollicitatiegesprekken bij de initiële registratie en de controle na zes maanden.
Het voorstel sluit aan bij een bredere EU-aanpak om vrije beweging te koppelen aan daadwerkelijke economische activiteit, maar critici waarschuwen dat het de broodnodige arbeidskrachten in sectoren met tekorten kan afschrikken. Het wetsvoorstel gaat nu naar het Parlement en wordt verwacht vóór het zomerreces te worden goedgekeurd, met een beoogde invoeringsdatum van 1 oktober 2026. Bedrijven doen er goed aan de wetgevingskalender te volgen en hun verhuischecklists aan te passen. EU-burgers die al in België zijn, wordt aangeraden alvast bewijs van actieve werkzoektocht te verzamelen om verrassingen bij controles na invoering te voorkomen.
Bron: The Brussels Times