
Slechts twee dagen nadat de overheid de tijdelijke accijnskorting liet vervallen, zijn de dieselprijzen op de Italiaanse autostrade door de psychologische grens van €2 per liter gebroken, met een gemiddelde van €2,004 op 5 juli. Zelfbedieningsbenzine volgt dicht met €1,932. Het ministerie van Ondernemingen en Made in Italy publiceerde deze cijfers in zijn dagelijkse bulletin, wat leidde tot verontwaardiging bij consumentenorganisatie Codacons, die de jaarlijkse kosten voor automobilisten op €1,42 miljard schat. Voor bedrijfswagens is de pijn direct voelbaar: een retourtje Milaan-Rome in een Euro 6 diesel sedan kost nu ongeveer €18 meer aan brandstof dan vorige week. Logistieke bedrijven melden dat de tarieven voor same-day koeriers met 4-6% zijn gestegen, en autoverhuurbedrijven op Fiumicino hebben een brandstoftoeslag van €6 ingevoerd op nieuwe contracten. De heringevoerde heffing maakt deel uit van de fiscale consolidatie in de begrotingswet van 2026. Brancheorganisaties waarschuwen dat deze maatregel de aantrekkelijkheid van Italië voor toeristen die met de auto reizen en buitenlandse werknemers die vaak een auto huren om fabrieken buiten spoorcorridors te bereiken, ondermijnt. Sommige multinationals adviseren hun medewerkers al om binnenlandse reizen onder de 500 km met de trein of via poolauto’s te maken. Met de huidige olieprijs onder de $70 per vat, voorspellen analisten slechts beperkte verlichting, tenzij de overheid de korting weer invoert – iets wat het ministerie van Financiën heeft uitgesloten tot de fiscale update in september. Mobiliteitsmanagers doen er goed aan de reiskosten voor het derde kwartaal opnieuw te begroten en te overwegen om hybride wagenparken aan te schaffen die in aanmerking komen voor regionale eco-incentives.
Bron: ANSA