
Een nieuw rapport van de OESO, gepubliceerd op 2 december 2025, prijst zelden zo positief de Zwitserse aanpak van de integratie van in het buitenland geboren inwoners. Uit de studie blijkt dat 77% van de immigranten in de werkbare leeftijd een baan heeft—ruim boven het OESO-gemiddelde—en dat nieuwkomers hoogopgeleid zijn en snel de taal oppikken. Driekwart van de immigranten is via de EU-overeenkomst over vrij verkeer van personen binnengekomen, wat werkgevers relatief eenvoudig toegang geeft tot Europese talentenpools.
De OESO benadrukt het Zwitserse beroepsopleidingssysteem, de gedecentraliseerde programma’s op kantonnaal niveau en de royale subsidies voor taalcursussen als voorbeelden van best practices die andere landen kunnen overnemen. Voor internationale mobiliteitsteams bieden de bevindingen een nuttig aanknopingspunt wanneer expats vragen hebben over onderwijs, taalondersteuning of de algemene levenskwaliteit.
Toch wijst het 120 pagina’s tellende rapport ook op een hardnekkige kloof tussen mannen en vrouwen. Immigrantenvrouwen hebben aanzienlijk minder vaak een baan die past bij hun kwalificaties dan mannen. Belemmeringen zijn onder meer beperkte kinderopvang, de norm van deeltijdwerk en een trager taalverwervingsproces bij meeverhuizende partners. De OESO adviseert om de kinderopvang uit te breiden, gerichte taalcursussen aan te bieden en mentorprogramma’s op te zetten om dit onderbenutte talent beter te benutten.
Zwitserse beleidsmakers waarderen de positieve beoordeling, maar erkennen ook de kritiek. Het Staatssecretariaat voor Migratie (SEM) gaf aan de aanbevelingen te zullen analyseren in aanloop naar een geplande herziening van de Integratieagenda Suisse in 2026, waarbij extra middelen kunnen worden toegekend aan kantons die gendergerichte programma’s uitproberen.
Voor werkgevers is de praktische les duidelijk: bedrijven die gezinsondersteuning, hulp bij dubbele carrières en flexibele werktijden bieden, hebben een concurrentievoordeel bij het aantrekken en behouden van internationaal talent—vooral hoogopgeleide koppels in de STEM- en life sciences-sectoren.
De OESO benadrukt het Zwitserse beroepsopleidingssysteem, de gedecentraliseerde programma’s op kantonnaal niveau en de royale subsidies voor taalcursussen als voorbeelden van best practices die andere landen kunnen overnemen. Voor internationale mobiliteitsteams bieden de bevindingen een nuttig aanknopingspunt wanneer expats vragen hebben over onderwijs, taalondersteuning of de algemene levenskwaliteit.
Toch wijst het 120 pagina’s tellende rapport ook op een hardnekkige kloof tussen mannen en vrouwen. Immigrantenvrouwen hebben aanzienlijk minder vaak een baan die past bij hun kwalificaties dan mannen. Belemmeringen zijn onder meer beperkte kinderopvang, de norm van deeltijdwerk en een trager taalverwervingsproces bij meeverhuizende partners. De OESO adviseert om de kinderopvang uit te breiden, gerichte taalcursussen aan te bieden en mentorprogramma’s op te zetten om dit onderbenutte talent beter te benutten.
Zwitserse beleidsmakers waarderen de positieve beoordeling, maar erkennen ook de kritiek. Het Staatssecretariaat voor Migratie (SEM) gaf aan de aanbevelingen te zullen analyseren in aanloop naar een geplande herziening van de Integratieagenda Suisse in 2026, waarbij extra middelen kunnen worden toegekend aan kantons die gendergerichte programma’s uitproberen.
Voor werkgevers is de praktische les duidelijk: bedrijven die gezinsondersteuning, hulp bij dubbele carrières en flexibele werktijden bieden, hebben een concurrentievoordeel bij het aantrekken en behouden van internationaal talent—vooral hoogopgeleide koppels in de STEM- en life sciences-sectoren.