
In een snelle uitspraak die het quota-seizoen van Italië voor 2025 mogelijk zal hervormen, heeft de Regionale Bestuursrechtbank (TAR) van Lazio op 24 december een consulaire weigering opgeschort van een Marokkaanse werknemer wiens aanvraag voor een werkvisum om procedurele redenen was afgewezen. Het Italiaanse consulaat in Casablanca had het visum geweigerd omdat de werkgever de aanstelling bevestigde via een gecertificeerde e-mail (PEC) in plaats van via het online portaal van het Ministerie van Buitenlandse Zaken.
De rechters oordeelden dat het consulaat het principe van ‘soccorso istruttorio’ had geschonden, dat autoriteiten verplicht om aanvragers uit te nodigen om kleine documentatiefouten te corrigeren voordat een weigering wordt uitgesproken. Ook stelden zij dat artikel 3 van het nooddecreet 125/2024 — dat algemene opschortingen toestaat voor onderdanen van ‘hoog-risicolanden’ — geen geldig nulla osta kan overrulen tenzij de Arbeidsinspectie een negatief advies heeft gegeven.
Hoewel het hier gaat om een voorlopige maatregel in afwachting van een inhoudelijke behandeling, zeggen immigratieadvocaten dat dit de deur opent voor honderden vastgelopen zaken uit de quota-toewijzing van 2025 om nieuw leven ingeblazen te worden. Veel werkgevers klaagden dat het nog steeds haperende online systeem leidde tot onbedoelde indieningsfouten, die consulaatdiensten vervolgens gebruikten om visa na maandenlange wachttijd te weigeren.
Praktische gevolgen: bedrijven die niet-EU-talent hebben gesponsord voor het quota-venster 2026-28 doen er goed aan hun aanvragen te controleren op soortgelijke technische fouten en zich voor te bereiden op het indienen van TAR-bezwaren binnen 60 dagen na weigering. Juridische adviseurs wijzen erop dat de rechtbank haar voorlopige opschorting binnen tien dagen uitvaardigde — een teken, zeggen zij, dat de rechterlijke macht ongeduldig is met puur bureaucratische afwijzingen.
Beleidsmatig verhoogt deze uitspraak de druk op het Ministerie van Buitenlandse Zaken om vóór de opening van de quota volgend jaar een volledig digitaal visumplatform te leveren en duidelijkheid te scheppen over wanneer anti-uitbuitingcontroles terecht kunnen worden toegepast.
De rechters oordeelden dat het consulaat het principe van ‘soccorso istruttorio’ had geschonden, dat autoriteiten verplicht om aanvragers uit te nodigen om kleine documentatiefouten te corrigeren voordat een weigering wordt uitgesproken. Ook stelden zij dat artikel 3 van het nooddecreet 125/2024 — dat algemene opschortingen toestaat voor onderdanen van ‘hoog-risicolanden’ — geen geldig nulla osta kan overrulen tenzij de Arbeidsinspectie een negatief advies heeft gegeven.
Hoewel het hier gaat om een voorlopige maatregel in afwachting van een inhoudelijke behandeling, zeggen immigratieadvocaten dat dit de deur opent voor honderden vastgelopen zaken uit de quota-toewijzing van 2025 om nieuw leven ingeblazen te worden. Veel werkgevers klaagden dat het nog steeds haperende online systeem leidde tot onbedoelde indieningsfouten, die consulaatdiensten vervolgens gebruikten om visa na maandenlange wachttijd te weigeren.
Praktische gevolgen: bedrijven die niet-EU-talent hebben gesponsord voor het quota-venster 2026-28 doen er goed aan hun aanvragen te controleren op soortgelijke technische fouten en zich voor te bereiden op het indienen van TAR-bezwaren binnen 60 dagen na weigering. Juridische adviseurs wijzen erop dat de rechtbank haar voorlopige opschorting binnen tien dagen uitvaardigde — een teken, zeggen zij, dat de rechterlijke macht ongeduldig is met puur bureaucratische afwijzingen.
Beleidsmatig verhoogt deze uitspraak de druk op het Ministerie van Buitenlandse Zaken om vóór de opening van de quota volgend jaar een volledig digitaal visumplatform te leveren en duidelijkheid te scheppen over wanneer anti-uitbuitingcontroles terecht kunnen worden toegepast.