
In een uitspraak die gevolgen kan hebben voor duizenden lopende zaken, heeft de Regionale Administratieve Rechtbank (TAR) van Toscane bepaald dat buitenlanders die Italiaans staatsburgerschap via naturalisatie aanvragen, moeten aantonen dat zij gedurende de volledige vereiste periode ingeschreven stonden in het gemeentelijke bevolkingsregister (anagrafe). Loonstroken, energierekeningen of doorlopende belastingbetalingen zijn niet langer voldoende bewijs. Het vonnis van 15 januari wees een beroep af van een aanvrager die meer dan tien jaar in Italië had gewoond en gewerkt, maar zijn inschrijving bij het gemeentehuis niet had geregeld.
Volgens de Italiaanse wet 91/1992 is tien jaar legaal verblijf vereist voor de meeste niet-EU-burgers, maar in de praktijk accepteerden sommige prefecturen ook arbeidsdocumenten als bewijs. De rechtbank volgde nu de circulaires van het Ministerie van Binnenlandse Zaken uit 2024, die de definitie van “legaal verblijf” aanscherpten en zo de rechterlijke interpretatie in lijn brachten met het administratieve beleid.
Voor werkgevers betekent deze uitspraak strengere eisen voor internationale mobiliteitsprogramma’s die gebruikmaken van een eventueel dubbel staatsburgerschap om uitzendingen binnen de EU te vergemakkelijken. HR-afdelingen moeten er voortaan op toezien dat buitenlandse werknemers zich binnen 90 dagen na aankomst inschrijven bij de anagrafe, kopieën bewaren van het “certificato di residenza” en eventuele afwezigheden van zes maanden of langer melden, omdat dit de continuïteit kan doorbreken.
Juridische adviseurs wijzen erop dat vergelijkbare uitspraken al zijn gedaan door rechtbanken in Lombardije en Lazio, wat wijst op een landelijke jurisprudentiële trend. Bedrijven zullen mogelijk extra administratieve kosten en vertaalkosten moeten maken om werknemers te ondersteunen bij het navigeren door gemeentelijke diensten, vooral in kleinere gemeenten waar digitalisering nog beperkt is.
Hoewel een beroep bij de Raad van State technisch mogelijk is, twijfelen waarnemers eraan dat dit de inmiddels gevestigde rechtspraak zal veranderen. Mobiliteitsprofessionals hebben daarom een beperkte tijd om bestaande dossiers van werknemers te controleren en eventuele inschrijvingsgebreken te herstellen voordat verlengingen of naturalisatieaanvragen worden ingediend.
Volgens de Italiaanse wet 91/1992 is tien jaar legaal verblijf vereist voor de meeste niet-EU-burgers, maar in de praktijk accepteerden sommige prefecturen ook arbeidsdocumenten als bewijs. De rechtbank volgde nu de circulaires van het Ministerie van Binnenlandse Zaken uit 2024, die de definitie van “legaal verblijf” aanscherpten en zo de rechterlijke interpretatie in lijn brachten met het administratieve beleid.
Voor werkgevers betekent deze uitspraak strengere eisen voor internationale mobiliteitsprogramma’s die gebruikmaken van een eventueel dubbel staatsburgerschap om uitzendingen binnen de EU te vergemakkelijken. HR-afdelingen moeten er voortaan op toezien dat buitenlandse werknemers zich binnen 90 dagen na aankomst inschrijven bij de anagrafe, kopieën bewaren van het “certificato di residenza” en eventuele afwezigheden van zes maanden of langer melden, omdat dit de continuïteit kan doorbreken.
Juridische adviseurs wijzen erop dat vergelijkbare uitspraken al zijn gedaan door rechtbanken in Lombardije en Lazio, wat wijst op een landelijke jurisprudentiële trend. Bedrijven zullen mogelijk extra administratieve kosten en vertaalkosten moeten maken om werknemers te ondersteunen bij het navigeren door gemeentelijke diensten, vooral in kleinere gemeenten waar digitalisering nog beperkt is.
Hoewel een beroep bij de Raad van State technisch mogelijk is, twijfelen waarnemers eraan dat dit de inmiddels gevestigde rechtspraak zal veranderen. Mobiliteitsprofessionals hebben daarom een beperkte tijd om bestaande dossiers van werknemers te controleren en eventuele inschrijvingsgebreken te herstellen voordat verlengingen of naturalisatieaanvragen worden ingediend.