
De bestuursrechter van het kanton Aargau heeft een gemeentelijke beslissing vernietigd die het Nederlanderschap weigerde toe te kennen aan een 23-jarige vrouw van Eritrese afkomst vanwege een jeugdige veroordeling voor het gooien van eieren en het bellen aan meerdere deuren. In een uitspraak die op maandag 9 februari werd gepubliceerd, oordeelde de rechtbank dat een enkele waarschuwing die de aanvrager op vijftienjarige leeftijd kreeg, niet kan worden gezien als bewijs van slechte integratie of een neiging tot recidive.
In Zwitserland worden naturalisatieaanvragen op drie niveaus behandeld: gemeentelijk, kantonnaal en federaal, waarbij de criteria sterk verschillen per regio. Critici stellen al langer dat sommige gemeenten morele normen hanteren die veel verder gaan dan de federale eis om de openbare orde te respecteren. De uitspraak uit Aargau is de eerste die deze praktijk “willekeurig” noemt en expliciet verwijst naar artikel 14 van de Federale Grondwet, dat beschermt tegen onevenredige bestuursmaatregelen.
De rechtbank herinnerde de naturalisatieautoriteiten eraan dat zij de ernst, context en actualiteit van een overtreding moeten afwegen en moeten beoordelen of deze daadwerkelijk wijst op toekomstig wangedrag. Omdat het ei-gooiincident een geïsoleerde jeugdige grap was en de aanvrager sindsdien een beroepsopleiding heeft afgerond, belasting heeft betaald en vloeiend Zwitsers-Duits spreekt, vonden de rechters “geen gegronde bezorgdheid” over haar burgerschapsgedrag.
Juridische experts zeggen dat het vonnis de discretionaire bevoegdheid van lokale naturalisatiecommissies in het hele land kan beperken en meer afgewezen aanvragers kan aanmoedigen om in beroep te gaan. Werkgevers die langdurige werknemers sponsoren voor het staatsburgerschap kunnen ook profiteren, omdat HR-afdelingen de uitspraak kunnen aanvoeren om afwijzingen op basis van kleine vergrijpen te weerleggen.
De gemeente heeft 30 dagen de tijd om in beroep te gaan bij het Zwitserse Federale Hooggerechtshof; waarnemers merken echter op dat kantons zelden zaken escaleren die geen brede juridische betekenis hebben, wat suggereert dat de beslissing waarschijnlijk stand zal houden.
In Zwitserland worden naturalisatieaanvragen op drie niveaus behandeld: gemeentelijk, kantonnaal en federaal, waarbij de criteria sterk verschillen per regio. Critici stellen al langer dat sommige gemeenten morele normen hanteren die veel verder gaan dan de federale eis om de openbare orde te respecteren. De uitspraak uit Aargau is de eerste die deze praktijk “willekeurig” noemt en expliciet verwijst naar artikel 14 van de Federale Grondwet, dat beschermt tegen onevenredige bestuursmaatregelen.
De rechtbank herinnerde de naturalisatieautoriteiten eraan dat zij de ernst, context en actualiteit van een overtreding moeten afwegen en moeten beoordelen of deze daadwerkelijk wijst op toekomstig wangedrag. Omdat het ei-gooiincident een geïsoleerde jeugdige grap was en de aanvrager sindsdien een beroepsopleiding heeft afgerond, belasting heeft betaald en vloeiend Zwitsers-Duits spreekt, vonden de rechters “geen gegronde bezorgdheid” over haar burgerschapsgedrag.
Juridische experts zeggen dat het vonnis de discretionaire bevoegdheid van lokale naturalisatiecommissies in het hele land kan beperken en meer afgewezen aanvragers kan aanmoedigen om in beroep te gaan. Werkgevers die langdurige werknemers sponsoren voor het staatsburgerschap kunnen ook profiteren, omdat HR-afdelingen de uitspraak kunnen aanvoeren om afwijzingen op basis van kleine vergrijpen te weerleggen.
De gemeente heeft 30 dagen de tijd om in beroep te gaan bij het Zwitserse Federale Hooggerechtshof; waarnemers merken echter op dat kantons zelden zaken escaleren die geen brede juridische betekenis hebben, wat suggereert dat de beslissing waarschijnlijk stand zal houden.
Bron: SWI swissinfo.ch