
Reizigers van en naar België ondervonden onverwachte hinder op 21 februari 2026 nadat twee KLM Boeing 737-toestellen elkaar raakten op een taxibaan op Amsterdam-Schiphol. Er vielen geen gewonden, maar beide vliegtuigen – één afkomstig uit Birmingham, de ander klaar voor vertrek naar Athene – werden uit dienst genomen voor inspectie. Dit dwong KLM en hun codeshare-partner Brussels Airlines om de middagvluchten te herorganiseren. Schiphol is een belangrijk knooppunt voor Belgische passagiers: jaarlijks beginnen of eindigen er meer dan 600.000 reizen vanwege de bredere intercontinentale mogelijkheden vergeleken met Brussels Airport. Zakenreismanagers benadrukten dat het incident de kettingreactie toont die problemen bij buitenlandse grondafhandeling kunnen veroorzaken voor Belgische reisschema’s, vooral gezien de strakke inzet van vliegtuigen binnen Europese korteafstandsvloten. De operationele teams van de luchtvaartmaatschappijen deden hun best om vervangende toestellen te vinden, maar beperkingen in bemanningstijden en het drukke winterverkeer leidden tot vertragingen of annuleringen van meerdere vluchten naar Brussel, Antwerpen en Luik. Passagiers die overstapten op intercontinentale vluchten werden omgeleid via Frankfurt of Parijs. Mobiliteitsadviseurs herinnerden bedrijven eraan dat EU-verordening 261 geen compensatie biedt bij “buitengewone omstandigheden” zoals veiligheidsincidenten, hoewel luchtvaartmaatschappijen wel maaltijden en indien nodig overnachtingen moeten verzorgen. KLM en Nederlandse onderzoekers zijn een onderzoek gestart naar de communicatie op de grond en de taxiroutes op de drukke platformen van Schiphol. Afhankelijk van de uitkomsten kunnen luchthavens in de regio – waaronder Brussels Airport, dat vergelijkbare “één-motor-aan-bij-achteruitduwen”-procedures hanteert – hun standaardprocedures aanpassen, met mogelijke gevolgen voor omlooptijden en stiptheid van slots.
Bron: The Brussels Times