
De Indiase minister van Handel, Piyush Goyal, vertelde vrijdag aan journalisten dat de lang onderhandelde Comprehensive Economic and Trade Agreement (CETA) met het Verenigd Koninkrijk binnen **30 tot 45 dagen operationeel zou moeten zijn**. Hoewel de tarieven op whisky en auto’s de meeste aandacht kregen, richten specialisten op het gebied van arbeidsmobiliteit zich vooral op Hoofdstuk 13: de bepalingen over arbeidsmobiliteit. Volgens de concepttekst zal het VK jaarlijks tot 20.000 visa voor dienstverleners uitgeven aan Indiase professionals in IT, financiën en techniek, terwijl India wederkerige kortetermijnwerkvergunningen zal verlenen en de regels voor intracompany transfers voor Britse managers zal versoepelen. De overeenkomst bevestigt ook een nieuwe werkvisumquota van twee jaar voor 3.000 Indiase afgestudeerden en schaft de economische noodzaakstoets af voor Britse bedrijven die filialen in India willen openen. In ruil daarvoor krijgt het VK toezeggingen over vrijstellingen van datalocalisatie en snellere octrooionderzoeken – belangrijke voordelen voor de farmaceutische en fintech-sectoren in het VK. Voor bedrijven met activiteiten aan beide zijden van de handelsroute is de tijdlijn krap. HR-teams moeten nu al medewerkers identificeren die van de nieuwe quota kunnen profiteren en de benodigde documenten voorbereiden; het Indiase ministerie van Buitenlandse Zaken meldt dat de aanvraagportalen **“binnen een week na inwerkingtreding”** open zullen gaan. Britse werkgevers moeten nog steeds Certificaten van Sponsoring toewijzen en de Immigration Skills Charge betalen, maar de overeenkomst garandeert een beslissing binnen 10 werkdagen voor aanvragen onder CETA. Volgens gezamenlijke overheidsmodellen zal de vrijhandelsovereenkomst de bilaterale handel de komende tien jaar met maximaal £16 miljard doen groeien. Een groot deel van die groei hangt af van de mogelijkheid voor bedrijven om projectteams snel in te zetten, waardoor het hoofdstuk over mobiliteit commercieel cruciaal is. Adviesbureau EY merkt op dat de deal aansluit bij het bredere Global Business Mobility-kader van het VK en een voorbeeld kan worden voor toekomstige vrijhandelsovereenkomsten met snelgroeiende economieën zoals Indonesië en Vietnam. Bedrijven doen er goed aan de wetgeving in Westminster en New Delhi nauwlettend te volgen – evenals de richtlijnen van HMRC over hoe de overeenkomst samenwerkt met de bestaande Social Security Convention, aangezien dubbele loonheffingen de besparingen door snellere visa kunnen verminderen. Zodra CETA formeel van kracht is, zullen mobiliteitsmanagers hun wereldwijde detacheringbeleid moeten bijwerken, vooral wat betreft maximale duur van detacheringen en belastingcompensatieclausules.
Bron: The Times of India