
Het Oostenrijkse ministerie van Sociale Zaken en Consumentenbescherming bevestigde op zondag 14 juni dat Wenen het politieke compromis over de herziening van EU-verordening 261/2004 inzake passagiersrechten in het luchtvervoer, bereikt in Brussel, niet zal steunen. Het voorstel, dat vrijdagavond na jaren van stilstand werd overeengekomen, behoudt de basiscompensatiebedragen voor vertragingen (250–600 euro), maar introduceert langere reactietijden voor luchtvaartmaatschappijen en limieten voor zelf-omgeboekte reizen. Oostenrijkse functionarissen waarschuwen dat de tekst een “verlaging van de standaarden” betekent en het voor passagiers moeilijker maakt om hun rechten af te dwingen. Belangrijke zorgen zijn onder meer de nieuwe eis dat reizigers tot drie uur moeten wachten voordat ze zelf alternatieve vervoersmogelijkheden mogen regelen, waarna de vergoeding beperkt wordt tot 400% van de oorspronkelijke ticketprijs. Het ministerie bekritiseert ook een verjaringstermijn van negen maanden voor compensatieclaims, tegenover drie jaar volgens het Oostenrijkse burgerlijk recht, en de invoering van een verplichte geschillenbeslechtingsstap vóór gerechtelijke procedures, wat zaken kan vertragen. Lagekosten- en netwerkmaatschappijen daarentegen verwelkomden de deal, omdat deze het aantal rechtszaken zou verminderen en de regels zou afstemmen op operationele realiteiten zoals stakingen bij de luchtverkeersleiding en extreem weer. Als Oostenrijk tegen het pakket stemt in de Raad, heeft het bondgenoten nodig om een blokkerende minderheid te vormen; anders wordt de verordening met gekwalificeerde meerderheid aangenomen en is deze vanaf 2028 direct van toepassing. Voor managers van zakelijk reizen kan het vooruitzicht op minder rechten leiden tot hogere zorgplichtkosten: reizigers hebben mogelijk extra verzekeringen of ondersteuning van reisbureaus nodig om tijdige omboekingen te garanderen. Bedrijven die luchtvaartcontracten voor 2027-2029 onderhandelen, doen er goed aan de definitieve tekst te volgen en contractuele serviceafspraken op te nemen die de huidige ruimere EU-261-termijnen weerspiegelen. Ook aanbieders van reistechnologie zien kansen: duidelijkere digitale transparantie over handbagagekosten en stoelreserveringskosten kan in boekingstools worden geïntegreerd – goed nieuws voor Oostenrijkse bedrijven die worstelen met gefragmenteerde gegevens over extra kosten bij het regelen van reizen met meerdere etappes. Toch waarschuwen brancheorganisaties zoals de Austrian Business Travel Association (ABTA) dat zwakkere compensatieregels de financiële prikkel voor luchtvaartmaatschappijen om vertragingen te voorkomen kunnen verminderen, wat indirecte kosten voor de economie kan verhogen door productiviteitsverlies. Volgende stappen: de tekst ondergaat nu een juridisch-taalkundige toetsing, waarna in juli een definitieve stemming in de Raad wordt verwacht. Mocht Oostenrijk het voorstel niet kunnen blokkeren, dan geeft het ministerie aan op nationaal niveau in ieder geval te zullen pleiten voor een streng handhavingskader, inclusief een centraal klachtenportaal en proactieve controles van luchtvaartmaatschappijen op de luchthavens van Wenen, Salzburg en Innsbruck.
Bron: Heute.at