
Het Indiase Ministerie van Buitenlandse Zaken (MEA) benadrukte tijdens de pre-vertrekbriefing voor de driedaagse tour van premier Narendra Modi (Indonesië 8-9 juli, Australië 10 juli en Nieuw-Zeeland 11 juli) dat de hoogste prioriteit van de regering bij elke vrijhandelsonderhandeling ligt bij de mobiliteit van Indiase experts, en niet bij brede migratiequota. Secretaris (Oost) Rudrendra Tandon vertelde aan journalisten dat terugkerende visumproblemen voor Indiase CEO’s, projectmanagers en IT-specialisten fungeren als een “de facto niet-tarifaire handelsbarrière”, waardoor de commerciële waarde van tariefconcessies in handelsakkoorden wordt uitgehold.
Dit probleem is al verwerkt in de nieuwe India-Nieuw-Zeeland Vrijhandelsovereenkomst, ondertekend op 27 april 2026, die een indicatieve 30-dagen service standaard bevat voor het uitgeven van werkvisa aan intra-bedrijfsoverplaatsingen en zelfstandige professionals, plus een clausule voor wederzijdse erkenning van diploma’s in engineering en IT. Tandons opmerkingen komen op een moment dat Wellington strengere eisen voor Engelse taalvaardigheid en salarissen voor permanente migratie overweegt – regels waar bedrijfsorganisaties bang voor zijn dat ze ook tijdelijke werkstromen kunnen raken.
Door “mobiliteit” te onderscheiden van “migratie” hoopt New Delhi zijn toonaangevende start-up- en halfgeleidersectoren te beschermen tegen toekomstige arbeidsmarktprotectionisme in partnerlanden, terwijl het binnenlandse politieke debat over emigratie wordt beperkt. Analisten wijzen erop dat India’s recentere vrijhandelsovereenkomsten (VAE 2022, Australië 2022, EFTA 2024) al specifieke mobiliteitsafspraken bevatten; de verklaring van het MEA wijst op continuïteit en wekt de verwachting dat soortgelijke bepalingen terugkeren in de langverwachte EU- en VK-akkoorden.
Bedrijven die teams naar het buitenland sturen, doen er daarom goed aan de implementatie van de India-Nieuw-Zeeland VTO nauwlettend te volgen zodra deze geratificeerd is: vroege successen – zoals pilotprojecten met “groene-lijn” visumbalies en automatische diploma-erkenning – kunnen het model worden voor toekomstige overeenkomsten. Voor Indiase werkgevers is de beleidslijn duidelijk: verzamel overtuigend bewijs dat een taak niet op afstand kan worden uitgevoerd, geef prioriteit aan senior technici die voldoen aan de salariseisen van het partnerland, en documenteer wederzijdse voordelen (zoals technologieoverdracht en lokaal gecreëerde R&D-banen) bij het aanroepen van mobiliteitsclausules. Die voorbereiding blijft cruciaal nu immigratiepolitiek wereldwijd strenger wordt.
Dit probleem is al verwerkt in de nieuwe India-Nieuw-Zeeland Vrijhandelsovereenkomst, ondertekend op 27 april 2026, die een indicatieve 30-dagen service standaard bevat voor het uitgeven van werkvisa aan intra-bedrijfsoverplaatsingen en zelfstandige professionals, plus een clausule voor wederzijdse erkenning van diploma’s in engineering en IT. Tandons opmerkingen komen op een moment dat Wellington strengere eisen voor Engelse taalvaardigheid en salarissen voor permanente migratie overweegt – regels waar bedrijfsorganisaties bang voor zijn dat ze ook tijdelijke werkstromen kunnen raken.
Door “mobiliteit” te onderscheiden van “migratie” hoopt New Delhi zijn toonaangevende start-up- en halfgeleidersectoren te beschermen tegen toekomstige arbeidsmarktprotectionisme in partnerlanden, terwijl het binnenlandse politieke debat over emigratie wordt beperkt. Analisten wijzen erop dat India’s recentere vrijhandelsovereenkomsten (VAE 2022, Australië 2022, EFTA 2024) al specifieke mobiliteitsafspraken bevatten; de verklaring van het MEA wijst op continuïteit en wekt de verwachting dat soortgelijke bepalingen terugkeren in de langverwachte EU- en VK-akkoorden.
Bedrijven die teams naar het buitenland sturen, doen er daarom goed aan de implementatie van de India-Nieuw-Zeeland VTO nauwlettend te volgen zodra deze geratificeerd is: vroege successen – zoals pilotprojecten met “groene-lijn” visumbalies en automatische diploma-erkenning – kunnen het model worden voor toekomstige overeenkomsten. Voor Indiase werkgevers is de beleidslijn duidelijk: verzamel overtuigend bewijs dat een taak niet op afstand kan worden uitgevoerd, geef prioriteit aan senior technici die voldoen aan de salariseisen van het partnerland, en documenteer wederzijdse voordelen (zoals technologieoverdracht en lokaal gecreëerde R&D-banen) bij het aanroepen van mobiliteitsclausules. Die voorbereiding blijft cruciaal nu immigratiepolitiek wereldwijd strenger wordt.
Bron: Business Standard