
De Europese Commissie heeft haar eerste monitoringsrapport gepubliceerd over de toepassing van het EU-pact inzake migratie en asiel, vier weken nadat de nieuwe wetgeving op 12 juni 2026 van kracht werd. Hoewel Brussel erkent dat Rome “aanzienlijke inspanningen” heeft geleverd – van personeelstraining tot het koppelen van nationale databanken aan het vernieuwde Eurodac-systeem – wijst de beoordeling op een kloof tussen voorbereiding en praktijk.
In de eerste drie weken van het systeem wees Italië 12 formele verzoeken van andere lidstaten af om de verantwoordelijkheid op zich te nemen voor asielzoekers van wie de aanvragen wettelijk door Italië beoordeeld zouden moeten worden. Volgens het Pact moeten landen aan de buitengrenzen die veel onregelmatige aankomsten registreren, transfers accepteren van partners die dezelfde asielzoekers verder landinwaarts hebben geregistreerd. Het transfersysteem is bedoeld om zogenaamde “secundaire verplaatsingen” tegen te gaan en bedrijven en lokale overheden meer voorspelbaarheid te bieden over waar asielzoekers uiteindelijk zullen verblijven.
Cyprus, Spanje en Griekenland hebben al transfers geaccepteerd of ingepland; Italië heeft de eerste verplaatsing nog niet gepland, vanwege logistieke problemen bij grensfaciliteiten en de noodzaak van extra opvangcapaciteit. Commissiefunctionarissen waarschuwen dat de evaluatie in oktober 2026 niet alleen zal kijken naar juridische naleving, maar ook naar praktische solidariteit. Als de achterstand aanhoudt, kan de Commissie ingrijpende maatregelen nemen op grond van artikel 60(3) van Verordening 2024/1351, waaronder de tijdelijke opschorting van transfers vanuit Italië of de verplichting om extra herplaatsingen van andere lidstaten te accepteren. Zo’n stap zou Italië’s langdurige oproep tot “gelijke lastendeling” ondermijnen en de relaties met belangrijke EU-partners kunnen bemoeilijken, vlak voor de begrotingsonderhandelingen van volgend jaar.
Voor multinationals zijn de bevindingen belangrijk, omdat vertragingen in de screening en herplaatsing de beschikbaarheid van verblijfsvergunningen, toegang tot de arbeidsmarkt en de doorlooptijd voor gezinsherenigingsvisa beïnvloeden. Bedrijven die personeel naar Italië sturen via intra-company transfers, de EU Blue Card of lokale aanwervingsroutes, moeten rekening houden met langere wachttijden voor afspraken bij de prefectuur en mogelijk extra kosten voor tijdelijke huisvesting buiten het reguliere opvangnetwerk. Immigratieadviseurs raden aan om minstens acht extra weken in te calculeren in mobiliteitsschema’s, totdat het volgende Commissie-rapport meer duidelijkheid geeft over het operationele perspectief.
Intussen heeft de Italiaanse regering een interministerieel besluit beloofd om fysieke transfers te stroomlijnen en speciale opvangcentra uit te breiden nabij de luchthavens van Rome en Milaan. Als deze maatregelen succesvol worden uitgevoerd, kunnen ze corrigerende maatregelen vanuit Brussel voorkomen en Italië’s positie herstellen als een belangrijke begunstigde – in plaats van een knelpunt – binnen het nieuwe EU-solidariteitskader.
In de eerste drie weken van het systeem wees Italië 12 formele verzoeken van andere lidstaten af om de verantwoordelijkheid op zich te nemen voor asielzoekers van wie de aanvragen wettelijk door Italië beoordeeld zouden moeten worden. Volgens het Pact moeten landen aan de buitengrenzen die veel onregelmatige aankomsten registreren, transfers accepteren van partners die dezelfde asielzoekers verder landinwaarts hebben geregistreerd. Het transfersysteem is bedoeld om zogenaamde “secundaire verplaatsingen” tegen te gaan en bedrijven en lokale overheden meer voorspelbaarheid te bieden over waar asielzoekers uiteindelijk zullen verblijven.
Cyprus, Spanje en Griekenland hebben al transfers geaccepteerd of ingepland; Italië heeft de eerste verplaatsing nog niet gepland, vanwege logistieke problemen bij grensfaciliteiten en de noodzaak van extra opvangcapaciteit. Commissiefunctionarissen waarschuwen dat de evaluatie in oktober 2026 niet alleen zal kijken naar juridische naleving, maar ook naar praktische solidariteit. Als de achterstand aanhoudt, kan de Commissie ingrijpende maatregelen nemen op grond van artikel 60(3) van Verordening 2024/1351, waaronder de tijdelijke opschorting van transfers vanuit Italië of de verplichting om extra herplaatsingen van andere lidstaten te accepteren. Zo’n stap zou Italië’s langdurige oproep tot “gelijke lastendeling” ondermijnen en de relaties met belangrijke EU-partners kunnen bemoeilijken, vlak voor de begrotingsonderhandelingen van volgend jaar.
Voor multinationals zijn de bevindingen belangrijk, omdat vertragingen in de screening en herplaatsing de beschikbaarheid van verblijfsvergunningen, toegang tot de arbeidsmarkt en de doorlooptijd voor gezinsherenigingsvisa beïnvloeden. Bedrijven die personeel naar Italië sturen via intra-company transfers, de EU Blue Card of lokale aanwervingsroutes, moeten rekening houden met langere wachttijden voor afspraken bij de prefectuur en mogelijk extra kosten voor tijdelijke huisvesting buiten het reguliere opvangnetwerk. Immigratieadviseurs raden aan om minstens acht extra weken in te calculeren in mobiliteitsschema’s, totdat het volgende Commissie-rapport meer duidelijkheid geeft over het operationele perspectief.
Intussen heeft de Italiaanse regering een interministerieel besluit beloofd om fysieke transfers te stroomlijnen en speciale opvangcentra uit te breiden nabij de luchthavens van Rome en Milaan. Als deze maatregelen succesvol worden uitgevoerd, kunnen ze corrigerende maatregelen vanuit Brussel voorkomen en Italië’s positie herstellen als een belangrijke begunstigde – in plaats van een knelpunt – binnen het nieuwe EU-solidariteitskader.
Bron: The Brussels Times