
Kunta- en welzijnsorganisaties KT, de nationale vereniging die de Finse gemeenten en regionale gezondheidsautoriteiten vertegenwoordigt, pleiten voor wetgeving die gekwalificeerde buitenlandse werknemers bij aankomst een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd geeft. In een persbericht van 28 september stelt KT dat de huidige regels—die vier jaar verblijf en taalexamens vereisen voordat een permanente vergunning wordt verleend—verpleegkundigen, opvoeders en IT-specialisten ontmoedigen om Finland te verkiezen boven grotere arbeidsmarkten. Anna Kukka, directeur arbeidsmarkt bij KT, zegt dat binnen tien jaar één op de drie gemeentelijke werknemers met pensioen gaat, wat leidt tot acute tekorten in de sociale zorg, het onderwijs en de openbare infrastructuur. Volgens haar zou het versnellen van de permanente verblijfsstatus de aantrekkingskracht van Finland vergroten door nieuwkomers en hun gezinnen vanaf dag één langdurige zekerheid en volledige toegang tot sociale voorzieningen te bieden. Het voorstel sluit aan bij de doelstelling van de regering om het aantal werkgerelateerde immigranten tegen 2030 te verdubbelen tot 50.000 per jaar, maar zou een belangrijke verschuiving betekenen ten opzichte van de recent aangescherpte Vreemdelingenwet, die in januari de taal- en inkomenseisen voor permanente verblijfsvergunningen verhoogde. Bedrijfsorganisaties reageren voorzichtig positief en wijzen erop dat een voorspelbare route het verloop onder internationale werknemers kan verminderen en de administratieve lasten voor werkgevers door opeenvolgende vergunningverlengingen kan verlagen. Immigratieadvocaten benadrukken dat een nieuwe regeling waarborgen moet bevatten om misbruik te voorkomen, zoals screening van werkgevers en minimumsalariseisen. Ook waarschuwen zij voor het risico van een tweedelig systeem als professionals uit de private sector worden uitgesloten. Het Ministerie van Economische Zaken en Werkgelegenheid verwacht volgende maand een werkgroep bijeen te roepen, maar de goedkeuring van de benodigde wetgeving zal waarschijnlijk pas in de parlementaire zitting van voorjaar 2027 plaatsvinden.