
Belgische wegvervoerders kregen op 8 mei goed nieuws toen bekend werd dat een sociaalzekerheidsakkoord werd bereikt, waarbij het plan om vervoerders te verplichten elke keer dat een chauffeur in meer dan één EU-lidstaat werkt de autoriteiten te informeren, van tafel is geveegd. Volgens eerdere voorstellen zouden wagenparken die opereren vanuit de haven van Antwerpen of de Brusselse logistieke gordel realtime meldingen moeten doen voor duizenden dagelijkse grensoverschrijdende ritten. Het definitieve compromis, goedgekeurd door de EMPL-commissie van het Europees Parlement op 7 mei, handhaaft de bestaande A1-certificaatregels, maar stelt een termijn van 35 werkdagen voor nationale instanties om te bevestigen of te betwisten welk socialezekerheidssysteem van toepassing is. Deze bepaling is gebaseerd op het verwachte werkpatroon van de chauffeur voor de komende 12 maanden en kan tot 24 maanden geldig blijven, wat planners een beter voorspelbare kostprijs biedt. De verificatieprocedures voor A1-documenten worden aangescherpt en de geautomatiseerde gegevensuitwisseling tussen België’s ONSS/RSZ en zijn EU-collega’s wordt uitgebreid. Branchevereniging Febetra noemde het terugdraaien van de meldplicht “het wegnemen van een tijdbom aan administratieve complexiteit”, juist nu vervoerders worstelen met tachograaf-upgrades en investeringen in emissievrije vloot. Experts waarschuwen echter dat de nieuwe socialezekerheidsregels de verplichtingen rond het Detacheren van Chauffeurs niet veranderen, waardoor Belgische vervoerders nog steeds IMI-meldingen moeten doen voor cabotageritten in Frankrijk, Duitsland of Nederland. HR- en mobiliteitsteams in de transportsector doen er goed aan hun SOP’s bij te werken zodra de volledige regelgeving is gepubliceerd, zodat opdrachtbrieven, loonstroken en bijdragegegevens aansluiten bij de nieuwe 35-dagen bezwaarperiode.
Bron: Trans.info