
De Commissie Werkgelegenheid en Sociale Zaken (EMPL) van het Europees Parlement stemde op 8 mei in met een triloge-akkoord dat de verordeningen 883/2004 en 987/2009 over de coördinatie van sociale zekerheid moderniseert – een hervorming die nauwlettend wordt gevolgd door Belgische werkgevers met veel grensoverschrijdende werknemers. De overeenkomst verduidelijkt welk land verantwoordelijk is voor bijdragen en uitkeringen wanneer een werknemer in één lidstaat woont, wordt uitgezonden naar een tweede en af en toe werkzaamheden verricht in een derde. Voor de 200.000 grenspendelaars in België en de groeiende groep thuiswerkers die hun tijd verdelen tussen Brussel en andere locaties, beloven de nieuwe regels snellere beslissingen over de “Toepasselijke Wetgeving”, standaard reactietermijnen van 35 dagen bij betwistingen over A1-certificaten en transparantere procedures voor geschillenbeslechting tussen nationale fondsen. Opvallend is dat de onderhandelaars een controversieel plan hebben laten vallen dat bedrijven verplichtte om de sociale zekerheidsinstanties vooraf te informeren telkens wanneer een werknemer in meerdere landen de grens overstak. De werkgeversorganisatie VBO-FEB waarschuwde dat dit voorstel onwerkbare administratieve lasten zou veroorzaken voor bedrijven die roosters coördineren in de Benelux en Noord-Frankrijk. De tekst gaat nu naar een plenaire stemming en vervolgens naar de Raad van de EU, waar België een beslissende stem heeft in de Raad Werkgelegenheid. Implementatie in de Belgische wetgeving wordt verwacht tegen midden 2027, maar het Rijksinstituut voor Sociale Zekerheid (RSZ/ONSS) werkt al aan richtlijnen zodat HR-teams hun loonsoftware tijdig kunnen aanpassen. Voor professionals in wereldwijde mobiliteit betekent deze update minder verrassingen met terugwerkende bijdragen, duidelijker overzicht van rechten voor mobiele werknemers en meer zekerheid bij het berekenen van de kosten van kortlopende opdrachten van en naar België.
Bron: EU Reporter