
Het Oostenrijkse Oberster Gerichtshof (OGH) heeft een baanbrekende uitspraak gedaan tegen Ryanair en verklaart 14 clausules in de algemene vervoersvoorwaarden van de luchtvaartmaatschappij onwettig. De zaak werd aangespannen door de consumentenorganisatie Verein für Konsumenteninformation (VKI) namens het ministerie van Sociale Zaken. De rechters richtten zich op een reeks extra kosten – van luchthavencheck-in en babytoeslagen tot verplichte familiereserveringen en boetes bij naamswijzigingen – en oordeelden dat deze ondoorzichtig zijn en consumenten onevenredig benadelen. Hoewel de uitspraak formeel medio september ingaat, zijn de gevolgen direct merkbaar. Elke Ryanair-klant die een van de verboden toeslagen betaalde bij vertrek uit, aankomst in of boeking in Oostenrijk, kan nu een terugvorderingsclaim indienen. VKI heeft een standaardbrief gepubliceerd om het proces te vereenvoudigen en verwacht de komende weken duizenden aanvragen. Voor zakelijke reismanagers en mobiliteitsprofessionals schept de uitspraak duidelijkheid bij de begroting: bedrijven kunnen de bijkomende kosten voor Oostenrijkse reizen voortaan veel nauwkeuriger inschatten. Daarnaast verhoogt het de nalevingsnormen voor alle luchtvaartmaatschappijen die op de Oostenrijkse markt opereren, wat aangeeft dat verborgen of onvoldoende toegelichte extra kosten waarschijnlijk geen juridische stand zullen houden. Ryanair, met hoofdkantoor in Ierland, heeft nog niet bekendgemaakt of het in beroep gaat bij het Constitutioneel Hof, maar bevestigt dat het de Oostenrijkse tariefstructuur “herbekijkt”. Branche-analisten wijzen erop dat vergelijkbare rechtszaken in andere EU-landen kunnen volgen, wat de trend naar all-in prijzen in de lowcostluchtvaart mogelijk zal versnellen.
Bron: CHIP