
Het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC) sloot op 16 juli in Brussel zijn 607e plenaire vergadering af na de goedkeuring van Advies SOC/861, waarin wordt opgeroepen tot een “duidelijk en afdwingbaar” EU-kader voor het detacheren van onderdanen uit derde landen (TCN’s). Roxana Mînzatu, uitvoerend vicevoorzitter van de Commissie voor sociale rechten, benadrukte dat eerlijke arbeidsmobiliteit essentieel is voor de concurrentiekracht van Europa, maar niet mag leiden tot sociale dumping. Belgische vakbonden verwelkomden het advies en wezen erop dat bouwplaatsen rond Brussel steeds vaker gebruikmaken van onderaannemers die werknemers uit niet-EU-landen via andere lidstaten detacheren. Het EESC pleit voor uniforme documentformaten, een gecentraliseerd meldportaal en gezamenlijke inspecties om misbruik tegen te gaan. Voor Belgische werkgevers zouden de voorstellen het huidige versnipperde systeem van 27 verschillende registratieregimes vervangen door één enkel elektronisch certificaat, wat de naleving vereenvoudigt bij het uitzenden van personeel naar Frankrijk of Duitsland. Het advies dringt er ook bij de Commissie op aan om duidelijkheid te scheppen over welke nationale regels gelden voor salaris, overuren en huisvesting bij detachering van TCN’s. Deloitte Legal Brussel stelt dat de aanbevelingen, indien overgenomen, invloed kunnen hebben op de inbreukprocedure waarmee België te maken heeft vanwege buitensporige administratieve eisen aan detacheringsbedrijven. Een wetsvoorstel wordt begin 2027 verwacht; HR-afdelingen doen er goed aan nu al de huidige detacheringsstromen en kostenstructuren in kaart te brengen om zich voor te bereiden op de overgang naar een EU-breed systeem.
Bron: EESC plenary agenda